Wanneer vaccins onder de huid worden getatoeëerd, werken ze beter dan wanneer ze in worden gespoten met een injectienaald. Duitse onderzoekers ontdekken dat bij muizen.

Met deze techniek blijken er zestien keer zoveel antilichamen voor te komen, dan na een normale injectie in spierweefsel. De hoeveelheid antilichamen zegt iets over hoe sterk het immuunsysteem reageert. Onderzoeker dr. Martin Mueller vermoedt dat het immuunsysteem sterker reageert, omdat er meer schade aan het lichaam wordt toegebracht.

Om deze reden zou deze techniek ook niet kunnen worden toegepast bij vaccinaties tegen bijvoorbeeld mazelen bij kinderen, omdat het te pijnlijk is. Wel kan het geschikt zijn om vaccins bij volwassenen te geven, tegen bijvoorbeeld bepaalde kankersoorten. De onderzoekers maken gebruik van precies hetzelfde basisinstrument als tatoeëerders, alleen dan met vaccin in de plaats van inkt.