Een mini-herseninfarct, ofwel een tia, moet zo snel mogelijk herkend en behandeld worden. Dan is het risico op een ingrijpend vervolginfarct met 80 procent terug te brengen. Dat concluderen Britse en Franse neurologen onafhankelijk van elkaar op basis van twee nieuwe studies.

Bij een tia wordt de bloeddoorstroming in de hersenen tijdelijk onderbroken door stolseltjes in een bloedvat. Dit veroorzaakt een zuurstoftekort in de hersenen en kan voor verlammingsverschijnselen en spraakproblemen zorgen. Meestal lost het lichaam de complicaties binnen een dag zelf weer op, maar 10 procent van de patiënten krijgt binnen een week een groot herseninfarct met veel ernstiger gevolgen.

Volgens onderzoekers van de universiteit van Oxford is zo’n vervolginfarct vaak te voorkomen. Ze vergeleken mensen die na een tia snel behandeld waren in het ziekenhuis met mensen bij wie dat dagen had geduurd. Een snelle behandeling – meestal met anti-stollingsmedicijnen zoals aspirine – vermindert de kans op een nieuw infarct met 80 procent, zo stellen de Britse onderzoekers.

Franse specialisten komen op basis van hun eigen studie tot dezelfde conclusie. Ze vroegen vijftienduizend huisartsen, cardiologen en neurologen om tia-patiënten direct door te verwijzen voor behandeling. Ook de Fransen menen dat de kans op een vervolginfarct zo met 80 procent te reduceren valt.