Allochtone vrouwen in Nederland plegen negen tot tien keer vaker abortus dan autochtonen. Cultureel bepaalde opvattingen en goed anticonceptiegebruik blijken essentieel om ongewenste zwangerschap te voorkomen. Het aantal abortussen onder allochtone Nederlanders is in de periode 2001 tot en met 2005 gestegen.

Nederland behoort nog steeds tot de groep landen met het laagste abortuscijfer. Het aantal abortussen onder autochtone vrouwen is gelijk gebleven in deze jaren. (Ongeveer 8,6 per 1.000 vrouwen van 15 tot 45 jaar.) De Rutgers Nisso groep verzamelde gegevens over abortus in Nederland in de periode 2001 tot en met 2005 en publiceerde ze in het boek Abortus in Nederland 2001-2005. Hierin is er aandacht voor cijfers in Nederland en andere westerse landen en maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.

Opvallend is dat met name niet-westerse allochtone Nederlanders vaker een zwangerschap laten afbreken dan niet autochtone Nederlanders. Vooral Surinamers en Antillianen lopen de kans om een zwangerschap te moeten afbreken. De kans op abortus onder Turkse en Marokkaanse vrouwen neemt toe. De Rutgers Nisso groep vindt dan ook dat er meer aandacht moet komen voor een anticonceptieadvies dat past bij de leeftijd en de achtergrond van de vrouw. Dat is essentieel om ongewenste zwangerschappen en abortus te voorkomen.