Zo'n 250.000 kinderen in ons land leven in armoede. Ze zijn hierdoor minder gezond, voelen zich vaker eenzaam en presteren minder goed op school. Begin juli presenteerden PvdA en ChristenUnie daarom een initiatiefwet waarin staat dat het aantal voor 2030 minimaal gehalveerd moet worden, en uiteindelijk naar nul moet worden gebracht.

Initiatiefnemers PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk en Tweede Kamerlid Don Ceder van de ChristenUnie, vonden elkaar en sloegen de handen ineen. "Het is een stille ramp en toch wordt er in de politiek nauwelijks over gesproken", zegt Van Dijk. "Het aantal kinderen in armoede groeit de afgelopen tijd zelfs weer. Dat moet anders. Deze wet is een belangrijk breekijzer om echt naar geen enkel kind in armoede te komen."

Dat heeft niet alleen een effect in het heden, zegt Ceder. "Als je deze kinderen helpt, voorkom je als overheid dat je later alsnog een extra tandje moet bijzetten in het onderwijs, schulden en jeugdzorg."

Geen geld voor een nieuwe bril

Hoe ziet opgroeien in armoede er eigenlijk uit? Als Kinderombudsvrouw hoort Margrite Kalverboer veel verhalen over kinderarmoede. "Vorige week nog, over een meisje dat op de basisschool tijdens het spelen was gevallen. Haar bril was kapot. Ze durfde niet naar huis, want ze wist dat er geen geld was voor een nieuwe. Ze wist ook dat haar ouders zich vreselijke zorgen zouden maken over hoe ze het toch voor elkaar moesten krijgen om er een te kopen."

Kinderen die in armoede opgroeien, ondervinden volgens Kalverboer problemen op alle terreinen die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. "Of het nu gaat om de relatie met hun ouders, vriendschappen, school of vrije tijd."

“Kinderen die in armoede opgroeien zijn ook vaak minder gezond, en hebben stressgerelateerde klachten zoals hoofdpijn.”
Margrite Kalverboer, Kinderombudsvrouw

"Zo vinden kinderen het door hun eigen stress of die van hun ouders moeilijk om zich te concentreren op school. Dat heeft weer een negatief effect op hun prestaties", legt de ombudsvrouw uit. "Ze zijn ook vaak minder gezond, hebben vaker overgewicht, sporten minder en hebben stressgerelateerde klachten zoals hoofdpijn en buikpijn."

Daarnaast wonen ze volgens Kalverboer vaker in onveilige buurten, en zijn ze klein behuisd waardoor ze zich minder goed kunnen onttrekken aan de problemen van hun ouders. "Door dit alles voelen zij zich vaak eenzaam en geïsoleerd. Ze schamen zich voor hun situatie en voelen zich vaak minderwaardig aan kinderen die het thuis beter hebben."

Aandacht voor huisvesting, voeding, onderwijs

Het is een schrijnend probleem, maar hoe los je het op? Volgens Kalverboer kunnen beleidsmakers het beste inzetten op een integrale aanpak. "Omdat armoede alle facetten van het leven van een kind beïnvloedt, moeten de verbeteringen daarop plaatsvinden. Dat betekent: zorgen voor goede huisvesting, thuis voldoende te eten en te drinken, kwalitatief goed onderwijs en goede begeleiding, als deze vanuit huis niet kan worden gegeven. Naschoolse opvang bijvoorbeeld."

"Kinderen moeten worden ondersteund in hun ambities om iets goeds van hun leven te maken", vervolgt de ombudsvrouw. "Buurtwerk moet op orde gebracht worden, zodat kinderen daar steun en vertier kunnen vinden. Armoede halveer je alleen als je ingrijpt op alles wat risico's geeft in de ontwikkeling naar volwassenheid."

“Laten we ons maximaal inspannen, zodat geen enkel kind meer zonder eten naar school of naar bed hoeft te gaan.”
Don Ceder, ChristenUnie

Hoe de daling in kinderarmoede gerealiseerd moet worden, wil Ceder aan het kabinet zelf overlaten. Een harde deadline stellen, zoals het halveren ervan voor 2030, is volgens hem nodig omdat de politieke aandacht nogal fluctueert. "Het is een te belangrijk onderwerp om het te laten meewaaien met alle politieke winden."

"Daarom zal jaarlijks moeten worden gemeld wat gedaan wordt om die vermindering te halen. Deze wet is een eerste stap", zegt het Kamerlid. "Laten we armoede nooit normaal gaan vinden en ons maximaal inspannen, zodat geen enkel kind meer zonder eten naar school of naar bed hoeft te gaan, of zonder warm water moet leven. Daar kan geen partij het mee oneens zijn. Hoe eerder er iets verandert, hoe beter."