Dat niet iedere graaf meer in een kasteel woont, weten de meeste mensen wel. Maar hoe staat de adel er tegenwoordig financieel voor? Zijn ze inmiddels niet meer vanzelfsprekend rijker dan de gemiddelde Nederlander, of nog wel? Waar geven ze geld aan uit? En: eren zij nog de noblesse oblige; de verplichting van de adel tot een maatschappelijke bijdrage?

Kijk naar de Quote 500 en je ziet er nog maar bar weinig adellijke namen in staan. Volgens historicus Jaap Moes is het een proces dat al langer gaande is: "De financiële positie van de adelstand veranderde zo'n honderd jaar geleden onder invloed van meerdere factoren. Landbouw en grondbezit werden door de industriële revolutie minder belangrijk."

"Ook de successiewetgeving werd aangepast, waardoor erfgenamen hogere belasting over hun erfenis betaalden. Vaak moest een erfenis ook over meerdere erfgenamen worden verdeeld zodat vermogens versnipperden."

“Met een op hol geslagen huizenmarkt koopt de jonge generatie adel nog steeds huizen, niet bepaald starterswoningen.”
John Töpfer, stichting Adel in Nederland

"Na enkele generaties verdampten vermogens zo vanzelf", legt Moes uit. "Om dit tegen te gaan werd het familiegoed bijvoorbeeld in een stichting ondergebracht waarin erfgenamen participeerden, zodat het landgoed in ieder geval bleef bestaan."

'Jonge adel koopt nog steeds duurdere huizen'

Is de adel hierdoor inmiddels niet meer rijker dan 'gewoon' volk? Volgens John Töpfer, directeur van stichting Adel in Nederland, valt dat wel mee. "Uit een enquête die enkele jaren geleden gehouden werd onder de adel, kwam naar voren dat ze gemiddeld nog steeds hoger opgeleid zijn, een hoger inkomen hebben en een duurder huis."

"En met een op hol geslagen huizenmarkt koopt de jonge generatie adel nog steeds huizen, niet bepaald starterswoningen. Een indicatie dat er toch best kapitaal is", aldus Töpfer. "Misschien niet meer zoals in het verleden, toen ze echt de rijksten waren. Maar arm zijn ze bepaald niet. De adel is nog steeds well to do."

“Vroeger wilden adellijke mensen niet betaald worden voor werkzaamheden, want geld was ordinair.”
Marjolijn van Heemstra, barones

Dat hun rijkdom niet zo zichtbaar is, komt mede door een typisch adellijke traditie, vertelt barones Marjolijn van Heemstra. "In het algemeen is niet praten over geld de norm in een chique familie. Vroeger wilden adellijke mensen ook niet betaald worden voor werkzaamheden, want geld was ordinair. Het heeft ervoor gezorgd dat ik vrijwel onwetend ben wat betreft geld, helaas."

"Maar over spullen kun je het urenlang hebben: de waarde van familiebezit is belangrijk. Wij hebben bijvoorbeeld een boek waarin alle kasten, stoelen, ringen en schilderijen van de familie staan. Dingen hebben hun verhaal heet het."

Töpfer herkent deze adellijke interesse in spullen. "Er is grote interesse in wat bijvoorbeeld het eigen antiek waard is. Tussen Kunst en Kitsch is erg populair."

'Je mag nooit op het kapitaal interen'

En hoe ordinair ook: geld is wel degelijk belangrijk voor de adel, denkt Töpfer. "In de zin van het familiekapitaal willen doorgeven aan de volgende generaties. Je mag wel van rendement leven, maar je mag er nooit op interen."

Er wordt veel waarde gehecht aan het onderhoud van eventuele familiehuizen en het zuinig zijn op de spulletjes. Zijn er nog andere zaken waarin adel verschilt in omgaan met geld? "Moderne statussymbolen als sportauto's zie je niet veel", zegt de directeur. "En op vakantie ga je niet naar Dubai, maar naar Domburg in Zeeland, dat gebeurt al eeuwen."

Nog een ding dat hen anders maakt: de zogenoemde noblesse oblige (adeldom verplicht). Het is een adellijk gebruik om de minder gefortuneerden te helpen. Ook vandaag de dag wordt het volgens Töpfer nog steeds geëerd. "Velen zijn lid van de Orde van Malta of de Johanniter Orde en zetten zich in voor diegenen die door ziekte, ouderdom, een beperking of sociaal isolement minder goed kunnen meekomen in de samenleving."

Vindt Barones van Heemstra noblesse oblige belangrijk? "Ja. Hoe meer je hebt, hoe meer je geeft. Dat lijkt me voor de wereld een goed uitgangspunt."