Corona of niet, ook dit jaar wordt volop aan de belastingknop gedraaid. Zo betaal je in 2021 meer voor sigaretten en vliegtickets, gaan mensen met een kleine spaarpot erop vooruit en krijgen jonge starters een duwtje op de woningmarkt. NU.nl zet de belangrijkste veranderingen voor je portemonnee op een rij.

Allereerst het loonstrookje. Het kabinet meldde eerder deze maand dat werkenden er in 2021 op vooruit gaan; de modale inkomens, rond de 35.000 euro, het meeste, met een plus van 2 procent. Voor lagere inkomens is dat met 1,9 procent iets minder. De hoge inkomsten moeten het doen met een stijging van zo'n 1 procent, evenals mensen met een uitkering.

Wel gaan de uitgaven vermoedelijk iets omhoog. Daardoor zou de koopkracht komend jaar gemiddeld 1 procent hoger zijn dan dit jaar. Door de COVID-19-pandemie zijn deze voorspellingen echter nog onzekerder dan normaal.

Minder belasting op je inkomen

Wat gaat er nu daadwerkelijk veranderen? Allereerst de inkomstenbelasting. Het tarief in de lage schijf gaat iets naar beneden, van 37,35 procent naar 37,1 procent. Dit percentage geldt voor het inkomen tot 68.507 euro. Over het loon daarboven betaal je 49,5 procent. Dat was afgelopen jaar ook al zo.

Tegelijkertijd gaan de diverse kortingen omhoog. Het gaat dan om de algemene heffingskorting, arbeidskorting en ouderenkorting. Deze kortingen gaan af van de te betalen belasting.

De minimumlonen gaan elk jaar in januari en juli omhoog. Daarop vormt 2021 geen uitzondering. Het brutominimumloon stijgt 1 januari van 1.680 naar 1.684,80 euro. De jeugdlonen stijgen navenant mee, evenals veel uitkeringen, zoals de WW en WAO. De bijstandsuitkeringen stijgen wat meer, met ruim 2 procent.

Ook de AOW-uitkering gaat wat omhoog, met 1,4 procent. De aanvullende pensioenen stijgen vanwege de verhoging van de bijdrage zvw niet in 2021. Voor werkenden wordt deze verhoging gecompenseerd door meevallers. Maar voor gepensioneerden gelden deze niet. Dit alles staat overigens los van eventuele pensioenkortingen die een enkel pensioenfonds mogelijk moet invoeren als de dekkingsgraad op 31 december niet hoog genoeg was.

Hypotheekrenteaftrek daalt voor hogere inkomens

Voor woningeigenaren verandert er na de jaarwisseling ook het een en ander. Door een verlaging van het eigenwoningforfait van 0,6 naar 0,5 procent, betalen woningeigenaren minder belasting over hun woning, al is dit ook afhankelijk van de WOZ-waarde. Deze verlaging geldt alleen voor woningen tot 1.110.000 euro.

Tevens daalt de maximale aftrek voor hypotheekrente, van 46 procent vorig jaar naar 43 procent in het nieuwe jaar. Deze verlaging geldt alleen voor mensen met een jaarinkomen boven de 68.507 euro. De komende jaren gaat de maximale aftrek telkens met 3 procentpunten omlaag.

Tot ergernis van sommigen veranderen de regels voor het aanvragen van een energielabel. Dit label is verplicht als je een woning wilt verkopen. Tot nu toe kunnen eigenaren dit online aanvragen, wat maximaal enkele tientjes kost. Na de jaarwisseling moet er eerst een energiedeskundige langs komen, waar je waarschijnlijk enkele honderden euro's aan kwijt bent.

Starters krijgen een zetje op de woningmarkt

Voor woningkopers gaan de kosten mogelijk wat omlaag. Starters op de woningmarkt die jonger zijn dan 35 jaar hoeven geen overdrachtsbelasting meer te betalen als zij in 2021 een huis of appartement kopen, terwijl zij afgelopen jaar nog 2 procent betaalden.

Starters die plannen hebben om een woning van meer dan vier ton te kopen, moeten snel zijn. Zij betalen alleen tot eind maart geen overdrachtsbelasting. Daarna geldt de versoepeling uitsluitend nog voor woningen beneden de 400.000 euro.

Voor wie een woning koopt, maar er niet zelf in gaat wonen, stijgt de overdrachtsbelasting juist, van 2 naar 8 procent. Dit moet ervoor zorgen dat beleggers minder woningen kopen om ze vervolgens te verhuren.

Koppels en mensen met een studieschuld kunnen vanaf 1 januari een iets hogere hypotheek krijgen. Het inkomen van de partner telt voor 90 procent mee bij het bepalen van de maximale hypotheek. Dat was in 2020 nog 80 procent. De studieschuld gaat minder zwaar wegen, omdat de rente op deze schulden is gedaald.

Zorgpremie voor basisverzekering gaat weer wat omhoog

In het nieuwe jaar betaal je wat meer voor je zorgverzekering. De maandelijkse premie voor de basisverzekering gaat omhoog. Bij sommige verzekeraars gaat het om een paar euro, bij andere kan de premieverhoging oplopen tot bijna 9 euro.

Daar staat voor de lagere inkomens tegenover dat de zorgtoeslag stijgt. Voor alleenstaanden komt er maximaal 46 euro per jaar bij, voor meerpersoonshuishoudens stijgt de toeslag tot maximaal 108 euro per jaar. Het eigen risico verandert niet. Dat blijft 385 euro per jaar.

Gebruik van gas wordt duurder

Om de consument te stimuleren zo min mogelijk gas te gebruiken, gaat de belasting hierop omhoog. In het voorbije jaar betaalden huishoudens nog 49,7 cent per kubieke meter gas. Dat wordt met ingang van dit jaar 52,5 cent, wat neerkomt op een verhoging van 2,8 cent per kuub. Tegelijkertijd verandert de belasting op elektra nauwelijks.

Naast een variabel tarief betaalt iedereen ook een vast tarief aan energiebelasting. Op deze belasting geeft de overheid een korting, die je van het te betalen bedrag mag afhalen. Deze korting is dit jaar 31 euro hoger dan afgelopen jaar. Alle maatregelen samen betekenen dat de energierekening bij gemiddeld gebruik ongeveer hetzelfde blijft.

Hogere bijtelling voor elektrische auto van de zaak

Wie vanaf volgend jaar rijdt in een auto van de zaak met uitsluitend elektrische aandrijving (dus geen hybride) betaalt meer bijtelling. In 2020 was de bijtelling 8 procent tot een cataloguswaarde van 45.000 euro, over de waarde daarboven betaalde je 22 procent.

In het nieuwe jaar is dat duurder geworden. Tot 40.000 euro betaal je 12 procent bijtelling. Daarboven blijft het 22 procent. Voor waterstofauto's of auto's met zonnecellen is in het nieuwe jaar de bijtelling 12 procent, ongeacht de aankoopprijs. De aanschafbelasting (BPM) voor auto's gaat omhoog. Hoe vervuilender de auto, hoe meer je betaalt.

De regels voor de vaste reiskostenvergoeding blijven in januari 2021 hetzelfde, ondanks het vele thuiswerken. Hoe de regels eruit zien na januari, is nog niet duidelijk.

Kinderbijslag gaat iets omhoog

Met ingang van het nieuwe jaar gaat de kinderbijslag met een paar euro omhoog. Dat merken ouders pas bij de uitbetaling van april. Dat geld kunnen ze wellicht gebruiken om de mogelijk hogere opvangkosten te betalen. Het maximale uurtarief voor de kinderopvang, bso of opvang door gastouders gaat met 3,5 procent omhoog.

Minder zelfstandigenaftrek voor zzp'ers

De zelfstandigenaftrek voor zzp'ers gaat verder omlaag. In 2021 bedraagt deze aftrekpost 6.670 euro. Dat is 360 euro lager dan afgelopen jaar. Wie als zelfstandige een BV heeft, kan profiteren van een lager tarief voor de vennootschapsbelasting. Dit gaat van 16,5 naar 15 procent. Bovendien blijf je in het lage tarief tot een winst van 245.000 euro. Dat was vorig jaar nog tot 200.000 euro.

Vermogensbelasting daalt voor mensen met kleinere spaarpot

Mensen met een relatief klein vermogen betalen daar in 2021 minder belasting over. Afgelopen jaar was het nog zo dat over een bedrag tot 30.846 euro geen belasting wordt geheven. Dat bedrag is verhoogd naar 50.000 euro. Ben je met z'n tweeën, dan gaat het omhoog naar 100.000 euro.

Wie toch boven die bedragen uitkomt, moet daar in 2021 wel meer belasting over betalen. De tarieven worden opgeschroefd naar 0,59 procent voor het vermogen tussen de 50.000 en 100.000 euro. Tot een miljoen betaal je 1,4 procent, daarboven 1,76 procent.

Postzegels, vliegtickets, brandstof en sigaretten worden duurder

Rokers betalen in 2021 meer voor hun sigaretten. De accijns op een pakje van twintig peuken gaat per 1 januari omhoog met 12 cent. Een pakje shag van 50 gram wordt 30 cent duurder.

Ook de accijns op brandstoffen wordt weer verhoogd. Voor benzine komt er ongeveer 1,3 cent per liter bij, voor diesel betalen autorijders 1,8 cent meer. De heffing op lpg verandert nauwelijks. Over de accijnsverhogingen wordt ook btw geheven.

Om het vliegen te ontmoedigen, introduceert het kabinet de vliegtaks. Wie in Nederland het vliegtuig pakt, betaalt vanaf dit jaar per ticket 7,85 euro extra. Ook de kosten voor een postzegel gaan omhoog. Het zegeltje wordt 5 cent duurder.