De pandemie zorgt voor onzekerheid bij veel mensen, die kan omslaan naar geldproblemen. Het Nibud leert werknemers uit bank en- verzekeringswezen daarom al sinds het begin van de coronacrisis hoe je mensen met financiële problemen herkent en bijstaat. "Ik dacht: als ik meedoe met die cursus, kan ik helpen."

Nederlanders praten liever niet over geld. Twee op de vijf huishoudens in Nederland hebben moeite met rondkomen en de recessie die veroorzaakt is door de coronacrisis is nog niet eens goed losgebarsten.

Aegon kwam als eerste financiële instelling naar het Nibud met de vraag of hun werknemers aan de online training Helpen met geldzaken konden deelnemen. ABN AMRO, Achmea, ING, Nationale Nederlanden, Rabobank, Schouten Zekerheid, Verbond van Verzekeraars en de Volksbank volgden. Inmiddels hebben al ruim 4.500 medewerkers uit de financiële wereld de training achter de rug.

Wat volgens Nibud-trainer Ineke Jochemsen voor de meesten lastig bleek, is hoe je zo'n gesprek begint. Want de meeste mensen praten liever niet over geldproblemen. "Je moet mensen de ruimte geven", legt Jochemsen uit. Niet meteen met je reparatiekoffer klaarstaan."

Armoede is een moeilijk gespreksonderwerp

Serge Mans, strategisch accountmanager bij Aegon, begon in begin april aan de training. "Op televisie zag je mensen uit de zorg die als held werden behandeld. Dan zit je zelf op de bank, je kunt niet helpen, dat is frustrerend. Ik dacht: als ik meedoe met die cursus, kan ik helpen. Ik ben geen arts, maar met mijn kennis kan ik tenminste iets doen."

Het verbaasde Mans hoe moeilijk het voor sommigen is om over armoede te praten. "Maar door de training krijg je een stukje psychologische kennis. En je ontwikkelt sensitiviteit; het valt je eerder op wie hulp zou kunnen gebruiken."

Het belangrijkste wat hij opstak: hoeveel regelingen er zijn die je kunt benutten. "Dat weten mensen niet, ik ook niet. Dat is niet mijn baan en in het dagelijks leven kom ik dat niet tegen. Het was voor mij ook een realitycheck. Houd ik bij wat erin komt, wat eruit gaat? En wat als mijn inkomen wegvalt?"

Precieze omvang is onbekend

Hoe groot het armoedeprobleem momenteel is, valt niet te zeggen omdat inkomensgegevens niet openbaar zijn. De stijging van het aantal voedselbankbezoekers, van 150.000 in heel 2019 naar 120.000 in de eerste helft van 2020, is volgens Stella Hoff tekenend. Hoff doet in opdracht van het Sociaal en Cultureel Planbureau al twintig jaar onderzoek naar armoede in Nederland. "Veel mensen verliezen hun baan. Als die direct allemaal van WW naar bijstand gaan, zal er een inkomensterugval komen die niet zomaar even op te vangen is."

Toch: Nederland is een welvarend land, we kunnen wel een stootje hebben. Maar, zegt Hoff: "Het is niet onwaarschijnlijk dat we boven de 1,2 miljoen armlastigen uitkomen die de vorige recessie veroorzaakte. Alles hangt af van hoelang de crisis duurt. Om voorbereid te zijn lijkt het trainen van financieel personeel mij een goed begin om zoveel mogelijk armlastigen te begeleiden."

Ook strategisch accountmanager Mans is dat van plan. "Ik blijf dit doen. Als je eenmaal het gevoel hebt dat je mensen kunt helpen, dan ga je dat niet meer nalaten."