Door de veranderingen in het pensioenstelsel moeten Nederlanders steeds meer zelf sparen voor hun pensioen. Aandelen brengen op de lange termijn het meest op. Het lijkt daarom logisch om zo veel mogelijk pensioengeld in aandelen te beleggen. Maar is dat ook zo? Als je jong bent is het een goed plan, maar als je pensionering dichterbij komt is het verstandiger om het risico af te bouwen.

"Over de afgelopen honderd jaar is er geen periode van tien jaar waarin je met een breed gespreide aandelenportefeuille geen positief rendement zou hebben gehad", zegt Martijn Rozemuller, managing director bij Van Eck Europe. "Prestaties uit het verleden bieden natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Toch kun je aannemen dat de kans op een positief rendement heel groot is als je geld langer dan tien jaar kan missen."

De Vereniging van Effectenbezitters ziet dat ook zo. "Verstandig gekozen en goed gespreide aandelenbeleggingen zullen op lange termijn altijd beter presteren dan een spaarrekening", schrijft de beleggersclub op zijn website.

“Als je het geld bijna nodig hebt, wil je minder afhankelijk zijn van de beurs.”
Martijn Rozemuller, Van Eck Europe

Geleidelijk minder aandelen en minder risico

Als je voor je pensioen belegt, doe je dat bijna altijd voor de lange termijn. Het lijkt daarom logisch om een groot deel van je pensioen in aandelen te steken. Daarbij moet je echter wel bedenken dat de tijd tot je pensionering afneemt terwijl je ouder wordt. De tijd waarvoor je belegt wordt dus steeds korter, en daar moet je rekening mee houden, legt Rozemuller uit. "Als het moment dat je het geld nodig hebt dichterbij komt wil je minder afhankelijk zijn van de beweeglijkheid van de beurs."

In pensioenproducten zit daarom ingebouwd dat het risico geleidelijk afneemt. Dit heet ook wel 'lifecycle beleggen'. Een voorbeeld van een aanbieder van dit soort producten is Evi van Lanschot. Dit is een online vermogensbeheerder die onderdeel is van Van Lanschot Kempen.

“Zodra iemand in een nieuwe leeftijdsgroep komt, worden zijn of haar beleggingen aangepast.”
Pieter Runhaar, Evi van Lanschot

Pieter Runhaar van Evi van Lanschot legt uit hoe pensioenbeleggen in de praktijk werkt. "Wij delen iemand in bij een bepaalde leeftijdsgroep. Onder elke groep hangt een beleggingsportefeuille. Die bestaat uit een mix van twee beleggingsfondsen: een 'offensief' fonds met veel aandelen en een 'defensief' fonds met weinig aandelen." Hierbij is de eerste variant risicovoller, en de tweede stabieler.

"De mix is afhankelijk van de leeftijd. Zodra iemand in een nieuwe leeftijdsgroep komt worden zijn of haar beleggingen automatisch aangepast."

Hoeveel beleggingen in aandelen heeft elke groep dan? Voor mensen die nog minstens dertig jaar werken is dat zo'n 90 procent, antwoordt Runhaar. Voor mensen die bijna met pensioen gaan, is het een klein percentage. De rest van hun geld is geïnvesteerd in leningen aan overheden en bedrijven.

Kapitaal verdampen

Hoe belangrijk het is om goed naar risico te kijken is nog eens gebleken in de coronacrisis, toen de aandelenkoersen in korte tijd hard daalden, constateert Runhaar. "Je wilt op een bepaalde datum een bepaald kapitaal beschikbaar hebben waaruit je een pensioenuitkering krijgt. Dan kun je niet hebben dat er vlak daarvoor opeens een crisis voorbijkomt die een groot deel van je kapitaal doet verdampen."