Lig je 's nachts te piekeren over je lege pensioenpot, hoge rente of je niet-bestaande testament? Gelukkig is er de rubriek Goed met geld, om je van je financiële hoofdpijn af te helpen. Deze keer: Moet je geld opzij zetten door te sparen of door te beleggen?

Investeren op de beurs is best ongewoon in Nederland vergeleken met andere landen. Slechts 16 procent van Nederlanders is bezig met aandelen, fondsen en obligaties, toont onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Alleen Duitse en Britse huishoudens hebben een kleiner aandeel van hun geld op de beurs geplaatst, toont een vergelijking van alle OESO-landen.

Maar het feit dat de beurzen juist níet zijn gecrasht vanwege de coronacrisis, gecombineerd met de voorlopige lage spaarrente roept wel vragen op: Is het toch verstandig om de beurs op te gaan? Hoe moeilijk is het eigenlijk?

“Als je ziet dat de waarde van je aandelen is gedaald en dan alles wil verkopen, is dat niet handig.”
Fleur Kroonbergs, financieel adviseur

Bouw eerst een flinke buffer op

Voordat je de beurs opgaat geeft Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) hetzelfde advies als de meeste experts: zorg er eerst voor dat je een buffer hebt opgebouwd. Die is bedoeld om onverwachte grote en kleine klappen op te vangen, zoals een kapotte wasmachine of als je plotseling zonder werk zit.

Hoe groot je buffer moet zijn is afhankelijk van je gezinssituatie. Een voorbeeld: een stel dat samen twee keer modaal verdient en die een auto, koopwoning en kindje hebben, moet volgens de Bufferberekenaar van het Nibud ongeveer 18.000 euro in reserves hebben staan (en maar de helft als je geen auto hebt, red.). Bij voorkeur op een gewone spaarrekening zodat je snel bij het geld kan als er iets onverwachts gebeurt.

Paniekerig? Ga dan niet beleggen

Buffer in orde? Dan pas kan je de beurs overwegen. Volgens financieel adviseur Fleur Kroonbergs hoeft beleggen niet moeilijk te zijn.

"Het moeilijkste is voor veel mensen de emotionele lading. Als je online ziet dat de waarde van je aandelen is gedaald en dan in paniek raakt en alles wil verkopen, is dat niet handig. Als dat je reactie is moet je misschien niet de beurs op."

Als je wel de spanning kan verdragen is de volgende vraag: wat is het doel van het geld dat ik wil gaan beleggen? En hoeveel risico kun je lopen? Beleg alleen geld dat je kunt missen.

Kroonbergs: "Stel, je bouwt geen pensioen op en je ontvangt straks minder AOW door verblijf in het buitenland, dan is het opbouwen van een toekomstvoorziening echt noodzakelijk." Met andere woorden: al je cash in aandelen investeren is niet de veiligste optie. "Maar als je een wereldreis wil maken en zelf de lengte van die reis kunt bepalen, dan kan je meer risico nemen."

Begin gemakkelijk, met een tracker

Nieuwe beleggers worden aangeraden om te beginnen met een beleggingsproduct dat tamelijk makkelijk is om te begrijpen, dat niet zo veel aandacht vraagt van de belegger en waarin de risico's goed verspreid zijn. Denk eerder aan zogeheten trackers (in de vorm van indexfondsen en ETF's) dan aandelen en derivaten.

Trackers zijn een groep aandelen van bedrijven uit een bepaalde regio (bijvoorbeeld de Amsterdamse beurs AEX), sector (zoals voedsel) of andere soort classificatie (bijvoorbeeld kleine en nieuwe bedrijven).

Nieuwe beleggers vergeten overigens vaak om de kleine letters door te lezen voordat ze een besluit nemen over of ze iets wel of niet moeten kopen. Kijk in de prospecten vooral naar de transactie,- verkoop- en beheerskosten, deze verschillen veel tussen financiële dienstverleners en beleggingsproducten.

Hoge kosten kunnen het rendement opeten, vooral als je met weinig geld belegt. Als het over beleggingsfondsen gaat heeft Kroonbergs een vuistregel: "Alles boven de 1 procent is eigenlijk een duur fonds en daar zou ik dus mee oppassen."