Duurzaam beleggen is populair, het geld stroomt op dit moment naar duurzame beleggingsfondsen. Of de belegger daarmee echt bijdraagt aan de energietransitie en het halen van de doelen in het klimaatakkoord van Parijs is alleen wel de vraag. Om daarover zekerheid te krijgen moet je als belegger toch zelf werk verzetten.

De coronacrisis en de neergang op de beurs lijkt te leiden tot een versnelling van duurzaam beleggen. Volgens onderzoeksbureau Morningstar stroomde er in de Verenigde Staten in de eerste drie maanden van het jaar een recordhoeveelheid geld naar duurzame indexfondsen. Zo'n fonds, van bijvoorbeeld iShares of Vanguard, volgt een index met daarin een lange lijst aandelen.

Hetzelfde gebeurt in Europa. "Veel partijen springen in op de toegenomen populariteit van duurzaam beleggen. Die indices schieten als paddenstoelen uit de grond", constateert Rients Abma, directeur van Eumedion. Dit is een stichting die zich namens grote beleggers inzet voor duurzaamheid.

Investeer in bedrijven die bijdragen aan de energietransitie

Hoe komen die fondsen tot hun lijsten en wat krijgen beleggers als ze hier geld in steken? "Het begint met uitsluiten. Ze investeren dus niet in bepaalde ondernemingen omdat die een zeer negatief effect hebben op het milieu of de samenleving. Bekende voorbeelden daarvan zijn clustermunitie of bedrijven in de nucleaire energie", zegt Abma.

“Je moet goed onderzoek doen. Wat is de definitie van duurzaamheid en welke bedrijven zitten er in fondsen waar ik in investeer?”
Rients Abma, hoogleraar duurzaam bankieren

Uitsluiting is alleen wel een behoorlijk grof middel. Een andere aanpak is om juist te investeren in bedrijven die bijdragen aan de energietransitie, vertelt Bert Scholtens, hoogleraar duurzaam bankieren in Groningen. "Dat is best-in-class investing. Daarbij selecteert het fonds de beste bedrijven per sector. Uit bijvoorbeeld de vliegtuigindustrie of de olie-industrie pakt men volgens zelf opgestelde of ingekochte maatstaven de beste bedrijven."

BMW en Shell scoren hoog

Dat betekent alleen wel dat beleggers alsnog hun geld steken in sectoren en bedrijven die ze waarschijnlijk niet associëren met een duurzamer wereld. "Heel veel beoordelingen zijn gebaseerd op hoeveel informatie bedrijven geven. Het is dan een soort afvinklijstje", zegt Scholtens. Bedrijven als BMW en Shell scoren daar heel hoog op, maar bijvoorbeeld Shimano, een producent van onderdelen voor fietsen en visapparatuur heel laag. "Maar als je fietser of visser bent is je impact op het milieu toch heel anders dan van een BMW-bezitter."

Een ander probleem is dat de criteria en ranglijsten die fondsen gebruiken behoorlijk willekeurig zijn. Dat leidt ertoe dat een bedrijf dat op de ene lijst de beste van de sector is, op een andere onderaan staat. Dat maakt het nog moeilijker om door de bomen het bos te zien.

Zelf bepalen wat voor jou duurzaam is

Om echt zeker te weten dat beleggingen bijdragen aan een duurzamer wereld, ontkomen beleggers er daarom uiteindelijk niet aan om zelf hun huiswerk te doen, denkt Abma van Eumedion. "Je moet goed onderzoek doen. Wat is de definitie van duurzaamheid en welke bedrijven zitten er in fondsen waar ik in investeer?"

Daarnaast moeten beleggers zelf weten wat ze onder duurzaam verstaan, voegt Scholtens toe. "Het is belangrijk om de verantwoordelijkheid bij de individuele belegger zelf te leggen. Die moet de keuze maken. Je geweten kun je niet uitbesteden, jij bepaalt voor jouzelf wat duurzaam is."