Een gemiddeld koophuis zal in 2021 ongeveer 25.000 euro duurder zijn dan in 2019, voorspellen economen van Rabobank woensdag in een analyse van de woningmarkt.

De economen denken dat de prijsstijging van huizen de komende jaren zal afvlakken. Dit zal echter niet snel gaan, doordat er nog steeds te weinig huizen zijn en de rente laag lijkt te blijven.

De economen voorspellen daarom voor dit jaar een gemiddelde prijsstijging van 5,5 procent en voor 2021 een stijging van 2,5 procent. Omgerekend betekent dit een stijging van 25.000 euro in twee jaar tijd.

"Het geringe aanbod van huizen zorgt voor opwaartse prijsdruk, omdat het aantal huishoudens komende jaren zal groeien en de vraag naar huizen nog altijd groot is", aldus Rabobank-econoom Lisanne Spiegelaar.

Terugval in nieuwbouw straks terug te zien in verkoopcijfers

"Het grote woningtekort en de terugval in nieuwbouw zal onzes inziens ook sporen trekken in de verkoopcijfers. Minder nieuwe huizen betekent immers ook dat er minder woningbezitters verhuizen en hun huidige woningen te koop zetten."

Rabobank verwacht dat toekomstige prijsgroei mogelijk zal worden door een nog lagere hypotheekrente en inkomensgroei. Met stijgende cao-lonen zullen potentiële huizenkopers ook meer kunnen lenen.

"Deze verwachting kan wel worden doorkruist als de Nederlandse economie sneller afzwakt dan nu voorzien", waarschuwt Spiegelaar. "Verder verwachten we dat de werkloosheid de komende jaren licht oploopt. Dit tast niet alleen het inkomen van huishoudens - en dus hun leencapaciteit- aan, maar kan ook hun koopbereidheid danig verminderen."