Belastingen, aftrekposten en toeslagen: we hebben er nogal wat. Maar waar zijn ze precies goed voor, en waar komen ze vandaan? In Jouw belastingcenten nemen we elke keer een andere toeslag of belasting onder de loep. Deze keer: de kinderbijslag.

Voor mensen met kinderen zijn er in Nederland een hoop financiële steuntjes in de rug te vinden: de kinderopvangtoeslag, het kindgebonden budget en de pleegvergoeding zijn een paar voorbeelden.

Een bijdrage waar in principe alle ouders in Nederland recht op hebben is de kinderbijslag. Die wordt uitbetaald aan 1,9 miljoen gezinnen en bedraagt jaarlijks in totaal zo'n 3,5 miljard euro.

Wat de kinderbijslag bijzonder maakt is dat de bedragen voor alle kinderen gelijk zijn, ongeacht hoeveel hun ouders verdienen. De bijslag groeit wel naarmate een kind ouder wordt.

Zo krijgen ouders van een baby 221 euro per kwartaal; als je een tiener hebt, is dat bedrag 316 euro. In tegenstelling tot wat je zou kunnen denken heeft deze bijslag niks te maken met de Belastingdienst. Het wordt uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

'Laat het systeem zoals het is'

"Ik zou zeggen: laat het zo", zegt Nicole Gubbels, docent fiscale economie aan de universiteit van Tilburg. "De Belastingdienst keert de toeslagen uit die inkomensafhankelijk zijn. Dat is al een stuk ingewikkelder. Omdat de SVB de kinderbijslag eenvoudig kan uitkeren en het goed gaat, zie ik geen reden dit naar de Belastingdienst over te hevelen."

Behalve de kinderbijslag keert de SVB ook bijvoorbeeld de AOW uit. Deze regelingen zijn puur afhankelijk van zogeheten basisadministratie. In de praktijk: wie woont waar, uit hoeveel mensen bestaat een gezin en hoe oud zijn deze mensen? Het hele deel over inkomen kan het SVB overslaan en dat maakt hun opdracht een stuk makkelijker dan die van de fiscus.

Bezetting van Nederland

De kinderbijslag werd in 1941 ingevoerd tijdens de bezetting van Nederland nadat eerder in 1938 al een wetsvoorstel voor het plan werd ingediend.

Nou zijn tijdens de bezetting een hoop belastingveranderingen doorgevoerd die nog steeds onderdeel zijn van ons fiscale stelsel. Het afschaffen van de gehate rijwielbelasting, de voorheffing op de inkomstenbelasting en winstbelasting voor bedrijven zijn maar drie voorbeelden.

Hoewel de kinderbijslag dus nu al vanaf het eerste kind wordt uitbetaald, heeft nog steeds elke ouder recht er recht op. Volgens sommigen is dat scheef: als je megarijk bent heb je dat geld niet nodig, is de redenatie. Als je het zo ziet was de situatie nog erger toen de kinderbijslag werd ingevoerd in de jaren veertig; toen kregen ouders met hoge salarissen juist hogere kinderbijslag. Zelfstandigen en werklozen hadden helemaal geen recht op de uitbetaling.

Iedereen heeft recht op kinderbijslag

Ook al heeft in principe iedereen in Nederland recht op kinderbijslag, AOW en andere regelingen van de Sociale Verzekeringsbank. Wie niet verzekerd wil zijn bij de bank, kan voor ontheffing kiezen. Dan ontvang je ook geen AOW. Ook van de kinderbijslag kan je afzien.

"De bijslag is vrijwillig en je moet het zelf aanvragen. Maar het is niet zo dat je uit het systeem kan stappen: ook als je de kinderbijslag niet wil ontvangen betaal je evenveel belasting", zegt een woordvoerder bij de SVB.

De bank zegt geen cijfers te hebben over gezinnen met kinderen die geen kinderbijslag willen ontvangen. "Als je de bijslag niet aanvraagt ben je geen klant bij ons en dan weten we ook niet dat je bestaat, bij wijze van spreken", zegt de woordvoerder. Ze schat dat er "misschien honderd gezinnen" zijn die de kinderbijslag niet hebben aangevraagd.

Rectificatie: In een eerdere versie van dit artikel werd een direct verband getrokken tussen de invoering van de kinderbijslag en de bezetting van Nederland door de nazi’s. Bij nader inzien blijken de plannen voor kinderbijslag eerder al te zijn bedacht in 1938 in Nederland en later pas te zijn ingevoerd tijdens de bezetting.