Belastingen, aftrekposten en toeslagen: we hebben er nogal wat. Maar waar zijn ze precies goed voor, en waar komen ze vandaan? In Jouw belastingcenten nemen we elke keer een andere toeslag of belasting onder de loep. Deze keer: de hypotheekrenteaftrek.

Menig huiseigenaar weet maar al te goed dat de hypotheekrenteaftrek aan het krimpen is. De overheid subsidieert huizenbezit namelijk steeds minder.

"Sinds 2013 moeten hypotheken in dertig jaar volledig worden afgelost om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek. Daarnaast wordt het maximale tarief waartegen de hypotheekrente kan worden afgetrokken steeds sneller afgebouwd", vat een woordvoerder bij de Belastingdienst het samen. De maximale aftrek voor de hypotheekrente was ooit 52 procent. In 2023 zal het zogeheten basistarief op 37,05 procent uitkomen.

Dit is een keerpunt in de Nederlandse politiek. De hypotheekrenteaftrek bestaat sinds 1914 en daar iets aan veranderen was decennia taboe in Den Haag. Ook al riepen economen al lang dat de aftrek marktverstorend is, en omlaag of zelfs geschrapt moest worden. Maar dat in je verkiezingsprogramma schrijven werd in de twintigste eeuw als politieke zelfmoord gezien. Het zogenoemde H-woord was zo geladen dat de partijen er vaak geen officiële mening over hadden, toont een analyse van het CPB.

Kritiek op aftrek vanaf de financiële crisis

Dit veranderde allemaal rond het nieuwe millennium. "Niet alleen deskundigen maar ook de SER en de adviesgroep Wonen 4.0 pleiten voor een centraal woonbeleid. De afbouw van de hypotheekrenteaftrek werd uiteindelijk bespreekbaar", vertelt Peter Boelhouwer, hoogleraar woningbeleid bij TU Delft.

“Is deze regeling doelmatig? Nee! Nu geef je voordelen aan mensen die al geld en een koophuis hebben.”
Peter Boelhouwer, hoogleraar woningbeleid

Vanaf de financiële crisis in 2008 groeide ook de kritiek onder burgers. Op het hoogtepunt van de crisis wilde 70 procent van de Nederlanders dat de aftrek voor huizenbezit afgebouwd zou worden, volgens DNB Household Survey.

Sinds kort gebeurt dit ook. Het gat dat de regeling achterlaat in de Miljoenennota wordt elk jaar kleiner - ook al komt dit vooral door de huidige lage rente. In 2017 was het zogeheten budgettaire belang voor de hypotheekrenteaftrek 11,7 miljard euro; in 2020 zal het naar verwachting 9,5 miljard zijn.

Dit betekent niet dat steeds minder mensen recht hebben op dit voordeel - juist andersom. Momenteel doen zo'n 3.800.000 huishoudens deze aftrek; het cijfer stijgt elk jaar doordat steeds meer mensen in een koophuis wonen.

Koophuis was een investering

Waarom bestaat de hypotheekrente überhaupt, als experts al decennia roepen dat de aftrek moet worden afgebouwd of zelfs weg moet? De oorspronkelijke aanleiding was een compleet andere dan wat we nu associëren met deze regeling. Namelijk: kostenaftrek voor (fictief) inkomen.

Het zat zo: Toen de hypotheekrenteaftrek werd ingevoerd zag de fiscus een woning als vermogen en het werd ook zo belast. Een koophuis was een investering waarmee je geld kon verdienen: huur. De overheid wilde meer huiseigenaren en besloot zo woningbezit te subsidiëren.

Voor de kosten die kopers maakten (de hypotheekrente) om een huis te kopen mochten ze aftrek maken van de verdiensten (de huur). Dit was ook het geval als je je huis niet verhuurde; ook het feit dat jij er zelf in woonde werd gezien als een soort inkomen.

'Het drijft de verkoopprijzen omhoog'

Pas sinds de jaren negentig wordt de hypotheekrenteaftrek gezien als een gereedschap om burgers te helpen om aan een koophuis te komen. Feit blijft dat onderzoekers en adviesgroepen de regeling marktverstorend vinden.

"Het drijft de verkoopprijzen omhoog en de huurprijzen moeten daartegen opboksen", zegt hoogleraar Boelhouwer van TU Delft. Volgens hem wordt het hierdoor bijvoorbeeld heel lastig om meer woningen te bouwen met een huur van rond de 1.000 euro per maand.

Hij vindt het onzin dat mensen zoals hij - huizenbezitters van middelbare leeftijd met een prima inkomen - ook recht hebben op de hypotheekrenteaftrek. "De overheid wil eigenwoningbezit stimuleren en dan moet je je afvragen: is deze regeling doelmatig? Nee! Nu geef je voordelen aan mensen die al geld en een koophuis hebben."

Lagere overdrachtsbelasting beter voor starters

En dit terwijl vooral (jonge) mensen met een middeninkomen problemen hebben om een huis te financieren. Om deze groep te helpen kunnen beleidsmakers beter gaan voor lagere overdrachtsbelasting voor starters, subsidies of bouwsparen met een fiscale premie, stelt Boelhouwer.

Eigenlijk moet de hypotheekrenteaftrek helemaal weg, vindt de hoogleraar; "je moet het uiteraard in stapjes doen". Een manier om voor de geschrapte renteaftrek te compenseren is om de inkomstenbelasting te verlagen en de eigenwoningforfait (een extra taks op huizenbezit) omhoog te gooien. Boelhouwer: "De hypotheekrenteaftrek is heel conservatief en heeft niks te maken met keuzevrijheid. Het leidt ook tot lagere belastinginkomsten en minder geld over voor de welvaart."

Maar de hypotheekrenteaftrek schrappen staat niet op de planning van beleidsmakers. Uit historisch perspectief is de huidige afbouw van de regeling al een kleine revolutie in fiscaal Nederland.