Belastingen, aftrekposten en toeslagen: we hebben er nogal wat. Maar waar zijn ze precies goed voor, en waar komen ze vandaan? In Jouw belastingcenten nemen we elke keer een andere toeslag of belasting onder de loep. Deze keer: fietsbelasting.

Het komt niet vaak voor dat de fiscus belastingvoordelen geeft voor iets waarvoor men ooit juist belasting heeft moeten betalen. Dat is wel het geval als het gaat over fietsen.

Tegenwoordig wil de overheid dat we vaker op de fiets stappen en daarom bestaan er al jaren fiscale kortingen voor een fiets via werk. In het nieuwe jaar wordt de regeling voor fietsen van de zaak herontworpen om het nog aantrekkelijker te maken om de auto te laten staan.

Een eeuw geleden dacht de fiscus juist andersom als het ging over rijwielen - toen een nieuw vervoermiddel dat snel aan populariteit won. Geïnspireerd door België en Frankrijk werd in 1924 een aparte fietstaks ingevoerd.

Auto wordt steeds groter probleem

"Het is logisch dat de mensen die een systeem of infrastructuur benutten, ook de kosten daarvoor moeten dragen - zoals fietsers die gebruikmaken van de weg", zegt Erik Verhoef, hoogleraar economie met inrichting verkeerscongestie bij de Vrije Universiteit in Amsterdam.

“Als je heel arm was, kon je kosteloos een plaatje krijgen - met een gat erin.”
Anne-Marieke van Schaik, conservator Belasting & Douane Museum

"Maar nu ziet de overheid dat de auto een steeds groter probleem wordt. Als je de energietransitie serieus neemt is het verminderen van autoverkeer wel een belangrijk onderdeel. De redenatie is dat de voordelen overwegen als de fietsers nu fiscale voordelen krijgen - ook als de overheid juist voor deze groep veel investeert in nieuwe infrastructuur", zegt Verhoef. Hij geeft als voorbeeld de fietssnelwegen die nu gebouwd worden.

Plaatje als betalingsbewijs voor fietseigenaren

Toen de fietstaks van de twintigste eeuw werd ingevoerd was het crisistijd; de fiscus had nieuwe inkomsten nodig. Het tarief in 1929 was 2,50 gulden per fiets; een gemiddeld arbeidsloon zo'n 17,50 per week. Als betalingsbewijs moesten fietseigenaren een plaatje halen bij het postkantoor, dat ze moesten vastzetten op hun fiets.

"Als je heel arm was kon je kosteloos een plaatje krijgen - met een gat erin. Iedereen kon zien dat je arm was en dit was uiteraard heel stigmatiserend", vertelt Anne-Marieke van Schaik, conservator bij het Belasting & Douane Museum in Rotterdam.

De fietstaks was reuze impopulair en de zwarte markt voor fietsplaatjes bloeide. Zo werd in 1934 in Utrecht een bende van vijf mannen gearresteerd op verdenking van het maken en verkopen van valse rijwielplaatjes. Ze kregen celstraffen tussen de zes en twaalf maanden. "Ze gingen eerst met een hamer te werk, maar nadat ze wat geld hadden verdiend hebben ze een wals aangeschaft zodat ze op grote schaal mensen van fietsplaatjes konden voorzien", vertelt Van Schaik uit het museum.

Eerste maatregelen van de Duitse bezetters: fietstaks weg

De fietstaks verdween uiteindelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit was een van de eerste maatregelen van de Duitse bezetters, zegt Van Schaik:

"De nazi's deden veel aan PR en ze wisten precies hoe impopulair deze taks was. Ze wilden het Nederlandse volk achter zich krijgen."

“Niemand houdt bij hoeveel kilometers hij of zij een fiets privé of voor werk gebruikt.”
Martijn van Es, woordvoerder Fietsersbond

Vanaf volgend jaar zijn er nieuwe regels voor een fiets van de zaak. Voor een bescheiden bedrag (zo'n 5 euro volgens één rekenvoorbeeld van de Belastingdienst) kunnen werknemers onbeperkt gebruik maken van een splinternieuwe, dure leasefiets. Ook de administratie wordt versimpeld, in lijn met de auto van de zaak: Een standaard bijtelling van 7 procent van de advieswaarde wordt ingevoerd.

Zo hoeven fietsers niet meer in de gaten te houden hoeveel kilometers ze de fiets precies privé hebben gebruikt. "Niemand doet dit - niet eens wij bij de Fietsersbond", zegt Martijn van Es, woordvoerder bij de belangenclub.

Vooral voordelig voor speedbikers

Van Es denk zeker dat de regeling voor fietsen van de zaak financieel voordelig kan uitpakken voor sommige fietsers. Vooral zogeheten 'speedbikers' die ver fietsen met dure fietsen die regelmatig service nodig hebben.

Wil je graag een gewone omafiets leasen, zoals een Swapfiets? Dat kan ook binnen de regeling, maar: "Als de fiets een paar honderd euro waard is zal het - vanwege de bijtelling - waarschijnlijk goedkoper zijn om dat gewoon zelf te kopen", zegt Van Es.

Nog een voordeel dat je krijgt als je je fiets zelf koopt is dat je dan de reiskostenvergoeding mag houden voor de kilometers die je naar je werk fietst. Vaak raak je je kilometervergoeding kwijt als je ook gebruik wil maken van een fiets van de zaak.