De meesten van ons doen het rond hun 65e: de kantoordeur definitief achter ons dichttrekken en met pensioen gaan. In de rubriek Met pensioen vragen we pensionado's naar hun leven ná een betaalde baan: hebben ze er reikhalzend naar uitgekeken of juist niet? Lukt het om rond te komen, en waar gaat al die nieuwe vrije tijd naartoe? Deze week Jan Willem Poley (70), die veertig jaar voor de klas stond.

Wie: Jan Willem Poley (70)
Woont in: Barendrecht
Pensioen: Sinds 63e
Gewerkt: Veertig jaar als basisschoolleraar

Heb je ervan genoten, die veertig jaar op school?

"Ja! Ik heb het echt altijd ontzettend leuk gevonden. Bijna verslavend. De laatste tien jaar werkte ik met kinderen met een LOM- en MLK achtergrond. Zij doen wat langer over de basisschool en hebben wat meer aandacht nodig."

“Een grote verandering was het digibord dat het krijtbord verving. Ik kon het nog wel bijbenen, maar makkelijk was het niet”
Jan Willem

"Wat ik het leukste vond aan lesgeven? Dat klinkt misschien gek, maar dat is echt het voorlezen. Dat kon ik doen als er even een uurtje over was. Snuf de Hond bijvoorbeeld, van Piet Prins. Maar de maatschappij verandert, kinderen veranderen. Na een tijdje dacht ik: ik kan die kinderen toch niet gaan leren dat alle Duitsers moffen zijn? Dus ik begon passages over te slaan. We lazen veel Carry Slee, Jacques Vriends, Annie M. G. Schmidt natuurlijk en ik vertelde graag Bijbelverhalen. Uit mijn hoofd, want sommige kinderbijbels vond ik wat moraliserend. Zingen met de hele klas vond ik ook altijd erg leuk, het stiefkindje onder de basisschoolvakken."

Jan Willem Poley was veertig jaar basisschoolleraar. (Foto: Privécollectie)

Hoe zijn de kinderen veranderd?

"Dat gaat heel geleidelijk. Het is niet zo dat je ineens op je werk aankomt en denkt: wat heb ik nou in m'n klas zitten? Kinderen zijn mondiger, laten minder over zich heen lopen, komen voor zichzelf op en nemen geen blad voor de mond. Maar je eigen blik verandert ook en je groeit daarin mee. Dat moet wel, anders functioneer je niet als leerkracht. En er zijn natuurlijk nog steeds verlegen kinderen, en kinderen die 'u' en 'meester' zeggen, in plaats van jij en mijn voornaam. Zeker op het eind: ik had hun opa kunnen zijn."

“Kinderen zijn nu mondiger, laten minder over zich heen lopen, en komen voor zichzelf op.”
Jan Willem

Over opa's gesproken: je hebt sinds je pensioen vast meer tijd voor kleinkinderen!

"Ja, we hebben een kleinzoon van zeven. Vanaf zijn geboorte hebben we gelijk veel opgepast. Van meester werd ik meteen oppasopa! Onze dochter is alleenstaand en we hebben verder geen kinderen, en zij geen schoonfamilie. Oppasopa ben ik tot op heden. We kunnen daardoor geen lange reizen maken, en we staan een paar dagen per week voor hem klaar. Daar valt goed mee te leven, hoor! We genieten ervan."

“Mijn taalmaatjes zijn Turken, Marokkanen, en de laatste tijd Syriërs. Zo blijf ik bezig met onderwijs!”
Jan Willem

Je bent op je 63e gestopt: waarom?

"Ik had er toen veertig jaar op zitten en het was financieel gunstig om toen te stoppen via een VUT-regeling. Het was goed geweest, en genoeg. De werkdruk werd hoger en een grote verandering was het digibord dat het ouderwetse krijtbord verving. Ik kon het nog wel bijbenen, maar makkelijk was het niet. Door dat digibord verdwenen veel lesmethoden."

"Vroeger gaf je frontaal les: jij praatte, de kinderen zijn stil en luisteren. Nu is er meer interactie en minder gebruik van boeken. In het begin dacht ik dat ik mijn collega's enorm zou missen, maar dat viel mee. Ik ben nog een paar keer op bezoek geweest, maar eigenlijk is er dan nauwelijks tijd. Iedereen is druk en zo is het contact verwaterd. Dat is ook goed. Ik heb het nog druk genoeg. Je moet ervoor zorgen dat je niet té veel doet, want vooral de kerk weet je wel te vinden voor vrijwilligersklusjes!"

Wat doe je naast oppassen?

"Ik ben taalcoach voor mannen met een migratieachtergrond. Vrouwen hebben vaak liever les van vrouwen, vandaar. Ik leer ze niet alleen de d's en de t's en de zwakke en sterke werkwoorden, maar ik bouw een band met ze op en help ze met bureaucratische klusjes, zoals brieven van de gemeente. Mijn taalmaatjes zijn Turken, Marokkanen, en de laatste tijd vooral Syriërs. Zo blijf ik bezig met onderwijs!"