Belastingen, aftrekposten en toeslagen: we hebben er nogal wat. Maar waar zijn ze precies goed voor en waar komen ze vandaan? In Jouw belastingcenten nemen we elke keer een andere toeslag of belasting onder de loep. Deze keer: de kinderopvangtoeslag.

De kinderopvangtoeslag kampt al lang met een aantal problemen. Allereerst ging de toeslag onlangs omhoog om opvang aantrekkelijker te maken voor ouders. De maximale uurprijs waarvoor ouders een toeslag kunnen krijgen is nu 8,02 euro per uur. Maar onder de streep lijkt het juist duurder te worden voor veel ouders; de tarieven bij de opvangen zijn namelijk óók omhoog gegaan.

Volgend jaar zal het nog duurder worden voor ouders, waarschuwde Brancheorganisatie Kinderopvang eerder dit jaar in een brief aan de Tweede Kamer. De missie van de Belastingdienst is mislukt, zo zou je het kunnen samenvatten.

Een ander knelpunt voor de kinderopvangtoeslag is al groeiende sinds 2014. Toen heeft de fiscus de toeslag voor enkele honderden gezinnen onterecht stopgezet en zelfs teruggeëist.

De "onevenredige harde aanpak" en gebrek aan burgerperspectief bij de Belastingdienst bracht burgers in financiële problemen concludeerde de Nationale ombudsman in zijn strenge kritiek. Staatssecretaris Menno Snel moest zelfs een officieel excuus aanbieden aan de ouders.

Ruime schadevergoeding getroffen gezinnen

De getroffen gezinnen hebben nog steeds hun geld niet teruggekregen. Dat moet wel gebeuren - samen met een ruime schadevergoeding, concludeerde de commissie Donner in november.

Dat het zo vaak mis is gegaan kan je misschien aan kinderziektes wijten. "Pas sinds 2006 keert de Belastingdienst geld uit aan mensen, zoals de kinderopvangtoeslag. Dit was de eerste keer dat de overheid een financiële bijdrage gaf aan álle ouders die hun kind in formele opvang plaatsten", vertelt Anne-Marieke van Schaik, curator bij Belasting & Douane Museum in Rotterdam.

“Opeens komt er een bezuiniging en gaan de kosten fors omhoog voor ouders”
Anne Roeters, onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau

Tot die tijd hadden sommige ouders de mazzel om een bijdrage te ontvangen van hun werkgever als tegemoetkoming voor kinderopvang. Van Schaik: "Gemeenten hadden ook gesubsidieerde kinderopvangen maar die waren alleen voor ouders met een uitkering. Mensen met een inkomen moesten hun kinderen op een andere opvang plaatsen en zelf betalen."

Toeslag voor ouders van 950.000 kinderen

Dat gebeurde niet zo vaak. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk en Scandinavië is het bij ons al honderden jaren de norm dat het gezin zelf zorgt voor de opvoeding van kinderen. In de praktijk: de huismoeder, vertelt historica Els Kloek in haar boek Vrouw de huizes.

Eind twintigste eeuw ging deze traditie niet meer op met de nieuwe koers van het emancipatiebeleid: vrouwen moesten nu ook op financieel gebied onafhankelijk worden.

Inmiddels ontvangen de ouders van zo'n 950.000 kinderen de toeslag; de regeling kost de Belastingdienst rond de 2,6 miljard euro. Het kabinet verwacht dat de kosten in de komende jaren blijven stijgen doordat ouders steeds meer uren draaien.

Een toeslag is geen wondermiddel

Bereikt de regeling haar doel - dat moeders meer buiten het huishouden werken? Op korte termijn wel, concludeert het Centraal Planbureau in een rapport. Maar daar staat ook: een toeslag is geen wondermiddel als je grote gedragsveranderingen wil zien onder burgers.

Onderzoekers van onder meer het Sociaal en Cultureel Planbureau stellen dat er een cultuuromslag nodig is als beleidsmakers willen dat vrouwen financieel zelfstandiger worden. Anders blijven vrouwen per automatisme de projectleiders van het gezin, met weinig ruimte voor een eigen carrière.

Er zijn wel dingen die het kabinet kan doen als ze willen dat de kinderopvangtoeslag meer effect krijgt. "Een stabiel beleid is heel belangrijk. Verschillende kabinetten hebben de kinderopvangtoeslag op uiteenlopende manieren aangevlogen. Opeens komt er een bezuiniging en gaan de kosten fors omhoog voor ouders", vertelt Anne Roeters, onderzoeker bij het SCP en auteur van het onderzoek Kijk op kinderopvang. "Die onzekerheid heeft veel pijn veroorzaakt - ouders weten niet wat ze kunnen verwachten."

Kort betaald ouderschapsverlof in Nederland

Slechts 5,5 procent van driejarigen gaat meer dan 30 uur per week naar de opvang; het EU-gemiddelde is 17,2 procent, volgens Eurostat. Volgens Roeters komt dit onder meer doordat betaald ouderschapsverlof in Nederland heel erg kort is in vergelijking tot andere landen. Ook dit kan in de weg staan voor de financiële zelfstandigheid van vrouwen.

"We weten uit onderzoek dat als ouders eenmaal hun kind voor een x aantal uur per week hebben ingeschreven, dat dan meestal zo blijft. In bijvoorbeeld Noorwegen mag je jouw kind niet naar de opvang brengen voordat die één jaar oud is. Dan is het waarschijnlijker dat je je kind inschrijft voor meer uren."