Belastingen, aftrekposten en toeslagen: we hebben er nogal wat. Maar waar zijn ze precies goed voor en waar komen ze vandaan? In de rubriek Jouw belastingcenten nemen we elke keer een andere toeslag of belasting onder de loep. Deze keer: de erfbelasting.

De meest gehate belasting, die titel won de erfbelasting tien jaar geleden na onderzoek van Plus Magazine. Is dit een onrechtvaardige dubbele belasting?

Critici denken er vaak niet aan dat erfenissen een van de belangrijkste redenen zijn achter financiële ongelijkheid in Nederland, stelt Ingrid Robeyns, filosoof en hoogleraar ethiek van instituties aan de universiteit Utrecht.

"Mensen vinden belasting saai en willen zich er niet in verdiepen. De waarheid is dat velen helemaal niks erven, terwijl sommigen miljoenen krijgen", zegt Robeyns, die ook een masterdiploma economie heeft. "Als mensen zich bewust waren van deze grote ongelijkheden, zouden ze waarschijnlijk anders denken over de erfbelasting."

Hoe nauwer verwant, hoe lager het tarief

Hoeveel belasting je moet betalen over een erfenis heeft vooral te maken met twee dingen. Ten eerste: hoe nauwer verwant je bent met de overledene, hoe lager het belastingtarief. Ten tweede: hoe hoger de erfenis, hoe hoger het belastingpercentage. Kleinkinderen betalen bijvoorbeeld 18 procent belasting op erfenissen tot 124.727 euro. Daarboven is het 36 procent.

“De laatste honderd jaar ongeveer hebben we te maken met nog een progressie: hoe meer je erft, hoe hoger het belastingpercentage”
Anne-Marieke van Schaik, conservator bij het Belasting & Douane Museum

Naast deze voorwaarden mag je belastingvrij erven tot een bepaald bedrag, afhankelijk van je relatie met de overledene. Zo mag een echtgenoot of partner dit jaar 650.913 euro belastingvrij erven; een zus, broer of andere erfgenaam slechts 2.173 euro.

De gehate taks leverde de fiscus vorig jaar zo'n 1,4 miljard euro op. Vrij weinig, als je het hele plaatje bekijkt: De loon- en inkomstenbelasting bedroeg 61 miljard euro; de totale staatsinkomsten 286,4 miljard euro.

Erfbelasting gaat terug naar de hertog van Alva

In de laatste decennia van de twintigste eeuw leidde de bloei van neoliberalisme ertoe dat veel Westerse landen hun erftaks schrapten. In Nederland is dat nooit gebeurd; hier hebben we al sinds de zestiende eeuw een vorm van erfbelasting gehad.

De eerste die een poging deed de erfbelasting in te voeren op landelijke schaal was de hertog van Alva, Spaans landvoogd van de Nederlanden aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog.

“Maar mega-erfenissen houden ongelijkheid in stand. Willen we dat?”
Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek

"Met zijn zogenoemde 'honderdste penning' zou je 1 procent belasting moeten betalen bij overdracht van onroerend goed als onderdeel van een erfenis. Dit invoeren lukte de hertog nooit op grote schaal en in 1573 keerde hij met hangende pootjes terug naar Spanje", vertelt Anne-Marieke van Schaik, conservator bij het Belasting & Douane Museum in Rotterdam.

Erfheffing blijft impopulair

Een landelijke erfbelasting kwam er toen dus niet, maar regionaal lukte het wel om verschillende erfbelastingen in te voeren. Sinds die tijd is er altijd een vorm van erfbelasting geweest in wat we nu Nederland noemen, zegt Van Schaik.

"Altijd met een sterk idee dat de directe familie zo min mogelijk belasting moet betalen. De laatste honderd jaar ongeveer hebben we te maken met nog een progressie: Hoe meer je erft, hoe hoger het belastingpercentage."

In een land waar velen zich als liberaal zien blijft de erfheffing zo impopulair dat het zelfs de 'sterftaks' wordt genoemd. Maar er is een verschil tussen het klassieke liberale gedachtegoed en "het liberalisme van onze liberale partij", de VVD, meent hoogleraar ethiek Ingrid Robeyns.

Erftaks is verre van perfect

"VVD komt vooral op voor het bedrijfsleven. Maar de kern van klassiek liberaal denken is dat jouw kansen in het leven niet afhankelijk zullen zijn van je afkomst. De erfbelasting werkt nivellerend op dat punt."

De huidige erftaks is verre van perfect, zegt de hoogleraar. In het boek Voor wie is de erfenis? komt Robeyns met een aantal verbeteringen. "Niet om de erftaks populairder te maken", maar op basis van filosofische analyses van wat rechtvaardig is.

Een suggestie is om het alleroudste principe van de erfbelasting gedag te zeggen: het belastingtarief dat oploopt naarmate de erfgenaam verder van de overledene afstaat. Dat stamt uit een soort collectief denken waar afkomst vóór individuele rechtvaardigheid gaat, meent Robeyns. "In een ethische analyse hebben we dat niet kunnen verantwoorden."

Heeft de filosoof geen begrip voor het argument dat dat geld "gewoon van de familie is"? Niet echt. "We zouden een hogere belastingvrije voet kunnen instellen, zodat alle ouders voor hun kind kunnen zorgen na hun dood. Maar mega-erfenissen houden ongelijkheid in stand. Willen we dat?"