Voor consumenten dreigt een negatieve rente op hun spaarrekening, denken sommige economen. Banken zeggen er niet aan te willen, maar de druk wordt wel steeds groter. Diezelfde banken betalen namelijk op overtollig geld een rente van -0,4 procent bij de Europese Centrale Bank (ECB) en naar verwachting wordt dit de komende tijd meer.

Particulieren met veel spaargeld hebben er al wat langer aan moeten wennen. Zo rekent Van Lanschot al een paar maanden een negatieve rente van 0,2 procent op tegoeden van 2,5 tot 5 miljoen euro bij een vrij opneembare spaarrekening. Boven 5 miljoen euro wordt al een rente van 0,4 procent betaald.

Een snelle rekensom: iemand met een bedrag van 5 miljoen bij Van Lanschot betaalt jaarlijks dus 20.000 euro om dat daar te mogen stallen.

Maar het is de vraag of die negatieve rente er voor de consumenten met een paar honderd of duizend euro op de bank daadwerkelijk gaat komen. Voor die groep is het namelijk een stuk makkelijker om dan maar het geld van de bank te halen.

Onwenselijke renteniveaus

Rabobank-topman Wiebe Draijer zei dan ook bij de laatste call over de resultaten van de bank het buitengewoon onwenselijk te vinden om de renteniveaus verder te verlagen. "Het is zeker niet wat wij beogen." Maurice Oostendorp, topman bij De Volksbank, zei eerder "intensief" in gesprek te willen met klanten over wat de nieuwe renteomgeving betekent. Hij benadrukte dat niemand een negatieve spaarrente wilde. "Maar je kunt nooit iets uitsluiten."

En banken hebben ook andere manieren om nog iets te verdienen aan de kleine spaarder. Neem bijvoorbeeld de kosten voor een betaalrekening. Die zijn flink duurder geworden de laatste jaren. En bij de grotere banken is een betaalrekening een voorwaarde voor een spaarrekening.

Zo zijn de prijzen voor betaalrekeningen bij Rabobank, ING en ABN AMRO met respectievelijk 19,2 procent, 6,9 procent en 10,7 procent gestegen in de laatste twee jaar, blijkt uit gegevens van Geld.nl.

Feitelijk levert consument al in

Inmiddels betaal je voor een betaalrekening bij ING 18,60 euro per jaar. Om dit terug te verdienen met de actuele spaarrente van 0,02 procent bij ING heb je maar liefst 93.000 euro nodig.

Maar een modaal huishouden zal maximaal zo'n 11.000 tot 12.000 euro aan spaargeld hebben. Bij een spaarrente van 0,02 procent bij ING levert dit jaarlijks 2,4 euro op. Verreken je dat met de kosten van 18,6 euro per jaar, dan blijft een rendement van -0,135 procent over. Bij Rabobank en ABN AMRO betaal je vergelijkbare kosten, hoewel Rabobank nog een rente biedt van 0,03 procent.

Maar soms blijft het niet bij één betaalrekening. Wil je een gezamenlijke rekening, dan komen er nog enkele kosten bij. En ook voor allerlei andere diensten worden meer of nieuwe kosten in rekening gebracht. Sinds dit jaar zijn ABN AMRO en Rabobank kosten gaan rekenen van respectievelijk 7,50 en 3,95 euro voor een nieuwe bankpas. Ook ING rekent 7,50 euro voor een nieuwe betaalpas.

Inflatie al langer stuk hoger dan spaarrentes

En voor allerlei andere diensten zijn de kosten verhoogd. Klanten die nog maandelijks papieren afschriften ontvangen of contant geld storten, zijn meer gaan betalen, blijkt uit eerder onderzoek van de Consumentenbond.

Daar komt nog eens bij dat de inflatie, de geldontwaarding, al langer een stuk hoger ligt dan de spaarrentes. In augustus bleken consumentenprijzen met 2,8 procent te zijn gestegen op jaarbasis. Met een spaarrente van net iets boven 0 procent, wordt jouw spaargeld dus al simpelweg minder waard door de stijging van het prijspeil.

Vergelijk dat met ruim twintig jaar geleden toen een gemiddelde spaarrekening nog een rente van 3,5 procent opleverde terwijl de inflatie 2 procent bedroeg. "Het risicovrije rendement is nul. Als je meer rendement wil, moet je toch op de een of andere manier risico lopen", legde René Bruel van private bank ABN AMRO MeesPierson eerder uit.