De weerstand tegen het basisinkomen neemt af. De achterban van de VVD, het FVD en de SGP is tegen, net als die van het CDA en de PVV. Inmiddels is onder de kiezers van de politieke partijen SP, GroenLinks, PvdD, PvdA, D66, 50PLUS en ChristenUnie de meerderheid positief, blijkt woensdag uit onderzoek van I&O Research in opdracht van Vereniging Basisinkomen.

De algehele weerstand tegen een basisinkomen is sinds 2016 afgenomen. Uit onderzoek bleek 45 procent toen tegen te zijn. Drie jaar later is nog 37 procent tegen het basisinkomen.

Binnen de achterban van partijen die in 2016 massaal tegen waren, is ook een kentering te zien. Zo was destijds nog 73 procent van de VVD-stemmers tegen, wat inmiddels is gedaald naar 58 procent. Ook bij het CDA is een daling te zien. Het aandeel tegenstanders slonk van 61 naar 41 procent.

Het aandeel van alle ondervraagden dat onverdeeld voor een basisinkomen is, is ongeveer gelijk gebleven. Het percentage was 40 procent in 2016 en 38 procent in 2019. Deze 2 procentpunten vormen geen significant verschil.

Voor het landelijk representatieve onderzoek zijn 2.262 Nederlanders van achttien jaar en ouder ondervraagd.

Een basisinkomen komt vaak neer op een bedrag van zo'n 800 tot 1.000 euro dat iedereen in een land ontvangt, ongeacht andere inkomsten en zonder sollicitatieplicht. Het bestaande stelsel van belastingen en uitkeringen gaat daarbij op de schop.