Studenten en oud-studenten lopen minder snel tegen een boete aan wegens het te laat beëindigen van hun studentenreisproduct. In de eerste maanden van 2018 werd voor 13,2 miljoen euro aan boetes opgelegd, in diezelfde periode van dit jaar is dat bedrag gedaald tot 4,1 miljoen euro.

Dit blijkt woensdag uit cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Om het aantal boetes te laten dalen, kondigde OCW eind 2017 maatregelen aan die volgens het ministerie tot deze daling hebben geleid.

"Aan het einde van de studententijd komt er veel op studenten af", zegt minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. "Daardoor schoot het op tijd stopzetten van het reisproduct op de ov-kaart er geregeld bij in, of hadden zij simpelweg niet op hun netvlies wanneer zij dat precies moesten doen." Ze verwacht dat het aantal boetes blijft dalen.

Het terugdringen van de boetes is onder meer bereikt met berichten aan (oud-)studenten om ze te waarschuwen dat ze hun studenten-ov op tijd bij een ophaalautomaat moeten stopzetten. Ook zijn er filmpjes met uitleg gemaakt en is er aandacht op sociale media.

Meer tijd om product stop te zetten

Daarnaast worden er minder snel boetes uitgedeeld. Studenten of oud-studenten die niet reizen met het ov-product dat ze stop hadden moeten zetten, krijgen in tegenstelling tot voorgaande jaren geen boetes meer. Ze krijgen verder tien in plaats van vijf dagen om reisproduct kosteloos te beëindigen.

Personen die toch gebruikmaken van hun studentenreisproduct betalen de eerste maand een lagere boete. Deze bedraagt 75 euro per halve maand. Na de eerste maand stijgt de boete naar 150 euro per halve maand. Tot en met vorig jaar ging het nog om een vast bedrag van 97 euro per halve maand.