De gemiddelde huurprijs die huurders moeten betalen bij een woning in de vrije sector ligt al tegen de bovengrens van 1.000 euro voor het middensegment. In de vier grote steden starten huurders bij particuliere verhuurders zelfs met een huur van 1.154 euro per maand.

Dit schrijven economen van Rabobank in een woensdag gepubliceerd rapport. Het middensegment wordt gedefinieerd door woningen met huurprijzen van 720 tot 1.000 euro per maand.

De laagste huren zijn te vinden bij woningcorporaties. Gemiddeld ligt in heel Nederland de huur bij woningcorporaties in de vrije sector tussen 800 en 900 euro in. Dit zou kunnen komen doordat die woningen een lagere kwaliteit hebben, merken de economen op.

In de totale markt zijn de huren de laatste jaren flink gestegen. Lagen de huren in de vrije sector in 2012 en 2015 gemiddeld nog rond de 900 euro, in 2018 zijn ze gestegen naar bijna 1.000 euro. In de grote steden liggen die prijzen ruim boven 1.000 euro.

Maximale huurprijs werkt misschien niet

De economen schrijven dat er een groter middensegment nodig is om de woningmarkt beter te laten functioneren. Ook in de politiek wordt benadrukt dat er meer huurwoningen in de vrije sector bij moeten komen, maar vooralsnog gebeurt er niet genoeg.

Soms wordt vanuit de politiek geopperd om een maximale huurprijs in te voeren om de huurstijging in te dammen, maar volgens de economen is het maar de vraag of dit werkt. Voor investeerders betekent een maximale huurprijs ook minder rendement en dat kan betekenen dat ze minder investeren in nieuwbouw.