Het zogenoemde reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is in het eerste kwartaal van dit jaar met 2,4 procent gestegen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag. Huishoudens houden meer over, waardoor ook de spaartegoeden flink zijn gegroeid.

Dat het inkomen is gestegen, komt vooral doordat het aantal werknemersbanen en gewerkte uren zijn toegenomen. Werknemers kregen in het eerste kwartaal 1,8 procent meer dan een jaar eerder.

Het aantal banen nam met 2,5 procent toe, terwijl het aantal gewerkte uren met 1,6 procent steeg. Wel namen ook de betaalde belastingen en sociale premies toe.

De consumptieve bestedingen groeiden met 0,7 procent ten opzichte van een jaar geleden. De individuele besparingen, het deel van het inkomen dat overblijft na consumptie, bedroegen in het eerste kwartaal 4,5 miljard euro. Dat is 1,8 miljard euro meer dan een jaar geleden.

Doordat huishoudens meer overhouden, hebben ze hun spaartegoeden en overige deposito's in het eerste kwartaal zien groeien met 7,4 miljard euro. Een jaar eerder was dat nog 1,8 miljard euro.

Ook krompen de schulden van huishoudens voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2016. Toen was dat vooral te danken aan het afnemen van de woninghypotheken, nu hebben huishoudens afgelost op consumptief krediet en andere langlopende leningen.