De dekkingsgraad van pensioenfondsen ABP, PME en PMT is in mei flink gedaald. Zo zagen ABP en PMT de dekkingsgraad in mei afnemen naar respectievelijk 96,1 procent en 97,4 procent. In april hadden beide fondsen nog een dekkingsgraad boven 100 procent.

PME zag de dekkingsgraad dalen van 100,3 procent naar 96,9 procent.

Een woordvoerder van ABP legt uit dat de flinke daling twee oorzaken heeft. Aan de ene kant had ABP te maken met een negatief rendement. Het vermogen daalde met 6 miljard naar 430 miljard euro. Hierdoor daalde de dekkingsgraad met 1,2 procentpunt.

Tegelijk daalde ook de rente waarmee ABP de toekomstige verplichtingen berekent. Hierdoor stegen de verplichtingen met 14 miljard naar 448 miljard euro. Dit had een negatief effect van 3 procentpunt

Ook de andere fondsen hadden last van de lagere rekenrente waar de pensioenfondsen de verplichtingen mee berekenen.

Dekkingsgraad niet langer dan vijf jaar onder 104,3 procent

Onder de huidige regels mag een dekkingsgraad niet langer dan vijf jaar onder de 104,3 procent liggen. Gebeurt dit wel, dan moeten fondsen mogelijk de pensioenen verlagen. Voor PME is dit moment 31 december 2019.

Als onderdeel van het pensioenakkoord is afgesproken dat fondsen pas met een dekkingsgraad onder 100 procent moeten korten. PMT en PME zitten dan nog steeds in de gevarenzone, maar de kortingen zouden wel minder hoog worden.

ABP is een van de grootste pensioenfondsen ter wereld en heeft ongeveer drie miljoen deelnemers. PMT heeft ruim 1,3 miljoen deelnemers en bij PME zitten ongeveer 300.000 deelnemers.