Een verzekeringstussenpersoon die twee consumenten slecht beleggingsadvies had gegeven, moet de veroorzaakte schade vergoeden, zo oordeelt de Geschillencommissie van Kifid.

De consumenten wilden voor hun pensioen beleggen, maar de financieel adviseur lijkt niet te hebben gevraagd naar het doel van de beleggingen. Het project waar geld in werd geïnvesteerd, had juist een hoog risico en korte looptijd.

De tussenpersoon had beleggingsadvies gegeven aan een ondernemer die zich om gezondheidsredenen liet uitkopen uit de familiemaatschap. Hij praat met de tussenpersoon over beleggen in aandelen, maar uiteindelijk gaat het over de aankoop van participaties in vastgoedproject Future Life.

De ondernemer koopt in 2008 voor 270.000 aan participaties en ook zijn moeder investeert 50.000 euro. Maar in augustus 2010 gaat het project failliet.

Later werden twee mannen ook veroordeeld tot celstraffen om miljoenenfraude bij Future Life.

De tussenpersoon probeert het project voort te zetten, maar wil de consumenten niet schadeloos stellen. Eind 2016 stellen zij de adviseur daarom aansprakelijk.

Ongeschikt advies voor pensioenbeleggen

De tussenpersoon zegt helemaal geen beleggingsadvies te hebben gegeven, maar volgens de Geschillencommissie staat vast dat in gesprekken is gesproken over manieren om het vermogen te beleggen.

Verder is het gegeven advies ongeschikt voor personen die beleggen voor hun pensioen. Ook is er niet geadviseerd om het vermogen te spreiden over verschillende beleggingen, om het risico te verlagen. "Dit alles bij elkaar brengt de Geschillencommissie tot het oordeel dat het advies om destijds en in die omvang in Future Life te beleggen, niet gegeven had mogen worden", aldus Kifid.

Schade van 380.000 euro

De schade voor de ondernemer en zijn moeder bedragen respectievelijk 380.000 euro en 70.000 euro. Maar de Geschillencommissie kan alleen bindende vorderingen toekennen van maximaal 100.000 euro. De ondernemer wil graag een bindende uitspraak en heeft de vordering daarom verlaagd naar 100.000 euro.

De verzekeringstussenpersoon moet daarom een bedrag van 100.000 euro betalen aan de ondernemer en 70.000 euro aan de moeder. Verder moet hij de proceskosten van opgeteld 5.000 euro vergoeden.