Sinds 1 maart kun je je weer storten op de aangifte inkomstenbelasting over 2018. Ruim twee miljoen mensen vulden hun aangifte al in de eerste week in. Wat is er dit jaar eigenlijk allemaal anders dan in de aangifte over 2017? En is het wel zo handig om meteen die aangifte de deur uit te doen?

Om met die laatste vraag te beginnen: nee. Slimmer is het om te wachten tot de tweede helft van maart. Dan heeft de Belastingdienst namelijk alle eventuele fouten en kinderziektes uit het systeem gehaald. Volgens Joyce Donat van de Consumentenbond moet je dan denken aan "bugs en niet kloppende rekenmodules".

Eventuele updates worden verwerkt in aangiftes waar mensen nog niet aan begonnen zijn, of die wel al geopend, maar nog niet verstuurd zijn. Het Nibud wijst er bovendien op dat je vanaf half maart zeker weet dat je alle benodigde gegevens binnen hebt.

Hoewel de verleiding groot is om de vooraf ingevulde belastingaangifte ongezien te versturen, is dat echt niet aan te raden. "Ongeveer 2 procent klopt niet", vertelt Donat. "Vorig jaar bleek bijvoorbeeld dat het saldo van het spaargeld voor sommige mensen niet klopte. Grote overboekingen die aan het einde van het jaar waren gedaan, waren dan nog niet verwerkt."

Grootste veranderingen voor woningbezitters en mensen met vermogen

Ten opzichte van de aangifte over 2017 is er niet zoveel veranderd, vertelt Donat. De grootste veranderingen betreffen de eigen woning en de belasting voor vermogen, die een stuk lager is.

Zo is het eigenwoningforfait iets gedaald. Dit is een bedrag dat bij je inkomen wordt opgeteld en waarover je dus belasting moet betalen. Het is een percentage van de WOZ-waarde van de woning.

Met een WOZ-waarde tussen de 75.000 euro en 1.060.000 euro bedraagt het eigenwoningforfait over 2018 0,7 procent. Dit was een jaar eerder nog 0,75 procent. "Dat is dus gunstig voor mensen met een eigen woning", zegt Donat. "Hoewel het in veel gemeenten weer teniet wordt gedaan doordat de WOZ-waarde gestegen is."

Hypotheekrenteaftrek weer verder afgebouwd

Nog een verandering rond de eigen woning is de hypotheekrenteaftrek, die weer iets verder wordt afgebouwd. Was in 2017 het maximale tarief waartegen de rente aftrekbaar was nog 50 procent, in 2018 is dat 49,5 procent. Dit geldt alleen voor huizenbezitters in de hoogste belastingschijf, met een jaarinkomen vanaf 68.507 euro.

Ook op andere aftrekbare kosten voor de eigen woning, zoals kosten voor hypotheekadvies, notariskosten voor de hypotheekakte en taxatiekosten voor het krijgen van een lening, is het verlaagde tarief van toepassing.

"En als je in 2018 je woning verkocht hebt en daar een restschuld aan overgehouden hebt, mag je de rente van die schuld niet meer aftrekken", zegt Donat. De rente over schulden die van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 zijn ontstaan, kan je nog wel aftrekken.

Belasting over vermogen flink omlaag

Gunstig voor mensen met een boel spaargeld of beleggingen: de belasting over vermogen is flink omlaag gegaan. Vooral mensen met een vermogen tot 1 miljoen euro profiteren hiervan. Bovendien is het heffingsvrije vermogen omhoog gegaan.

"In de belastingaangifte over 2018 hoef je over de eerste 30.000 euro geen belasting te betalen. Dat was 25.000 euro", legt Donat uit. "Met een fiscale partner is het bedrag nu 60.000 euro, tegenover 50.000 euro in 2017."

Voor de belasting over het vermogen is in 2017 een systeem met drie schijven ingevoerd. Voor die tijd betaalde iedereen 1,2 procent over het vermogen. Dat percentage was gebaseerd op een fictief rendement van 4 procent.

Nu geldt voor de schijven een oplopend percentage om het rendement te berekenen. De Belastingdienst gaat er namelijk van uit dat hoe meer geld je hebt, hoe meer rendement je behaalt.

Voor mensen met een vermogen tot en met 70.800 euro wordt gerekend met een rendement van 0,36 procent over 67 procent van het vermogen. Voor de overige 33 procent gaat het om 5,38 procent. In het voorgaande jaar golden percentages van 1,63 procent en 5,39 procent.

'Ouderenkorting voor lagere inkomens is hoger'

Ook op het gebied van heffingskortingen is er wat gewijzigd. "De ouderenkorting voor lagere inkomens is hoger, namelijk 126 euro meer dan in 2017", vertelt Donat.

In 2017 bedroeg de korting 1.292 euro, over 2018 is dat 1.418 euro voor mensen die gedurende het hele jaar de AOW-leeftijd hadden en een inkomen van maximaal 36.346 euro.

Daarnaast is de werkbonus in 2018 helemaal geschrapt, vanaf 2015 was dat al zo voor nieuwe gevallen. De inkomensafhankelijke bonus moest oudere werknemers stimuleren aan het werk te blijven.