Iets meer dan een kwart (26 procent) van de werkende Nederlanders denkt volgens onderzoek van ING dat zij niet dezelfde levensstandaard kunnen volhouden wanneer zij met pensioen gaan. Daarmee zijn Nederlanders een stuk optimistischer dan het Europese gemiddelde (38 procent).

Nederlanders die al met pensioen zijn, zijn pessimistischer dan mensen die nog niet met pensioen zijn. 36 procent van hen zegt een lagere levensstandaard te hebben dan toen zij nog wel werkten. Het Europese gemiddelde ligt op 50 procent.

De resultaten komen overeen met veel internationale onderzoeken, waarin Nederland vaak wordt geroemd om het robuuste pensioenstelsel. Volgens het jaarlijkse lijstje van adviesbureau Mercer heeft Nederland het beste pensioenstelsel ter wereld.

Volgens ING-econoom Marten van Garderen is het percentage pessimistische Nederlanders te verklaren door de recente discussies rond het Nederlandse pensioenstelsel: "Nederland heeft nog steeds een van de beste stelsels ter wereld. We hebben een goede spaarpot voor later. Maar het besef dat niet elke pensioeneuro ook is gegarandeerd, dat is de laatste jaren veel groter geworden."

Dat wordt volgens Van Garderen ook geïllustreerd door het verschil in consumentenvertrouwen tussen jongeren en ouderen, dat na de crisis verder uiteen is gelopen.

Nederlanders zijn niet van plan bij te verdienen

Nederlanders zijn, vergeleken met respondenten in andere landen, dan ook minder bereid om na hun pensioen door te werken. Slechts 32 procent van de ondervraagden zegt door te willen werken, vergeleken met een Europees gemiddelde van 54 procent.

Een vijfde van de ondervraagde Nederlanders zegt niet over spaargeld te beschikken. Dat is weinig vergeleken met de andere onderzochte landen. Volgens ING ligt het Europese gemiddelde op 27 procent. In Roemenië zegt 39 procent geen spaargeld te hebben, in de Verenigde Staten 27 procent.

De meest genoemde reden om geen spaargeld te hebben is een gebrek aan inkomen. 69 procent van de Nederlanders zegt daarom niet te kunnen sparen, het Europese gemiddelde ligt op 66 procent. Onverwachte financiële tegenvallers zijn de op een na meest genoemde reden in Nederland (12 procent).

Voor de internationale enquête van ING werden vijftienduizend mensen ondervraagd, afkomstig uit vijftien verschillende landen. Naast een aantal EU-landen zijn ook Australië, Turkije en de Verenigde Staten meegenomen in het onderzoek.

Wegens een fout in het ING-rapport stond in een eerdere versie van dit verhaal dat de meeste Nederlanders pessimistisch zijn over hun levensstandaard na hun pensioen.