Met het zogenoemde Juncker-plan voor extra investeringen zijn sinds 2015 tientallen miljarden in de EU gepompt, maar sommige projecten waren ook zonder het plan wel van de grond gekomen. Bij andere projecten vervingen de leningen uit het Juncker-fonds steun uit andere EU-fondsen, stelt de Europese Rekenkamer in een rapport.

Ook profiteerden slechts zo’n vijftien EU-landen serieus van het fonds, omdat ze de weg naar het European Fund for Strategic Investments (EFSI), zoals het officieel heet, beter wisten te vinden dan de andere dertien lidstaten, stellen de rekenmeesters in het rapport.

Het fonds werd in 2015 door Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker opgericht om particuliere investeerders te bewegen meer geld in Europese infrastructuur- en innovatieprojecten te steken. Ze werden over de streep getrokken met aantrekkelijke leningen en garanties van de European Investment Bank (EIB) en Brussel.

Juncker beloofde dat elke euro uit het fonds vijftien keer zo veel privaat kapitaal zou genereren. Zo zou de 21 miljard euro die in 2015 werd vrijgemaakt uiterlijk in juli 2018 315 miljard euro extra opleveren.

De Rekenkamer nam vijftien projecten onder de loep die gefinancierd werden uit EFSI en stelt dat op basis van die projecten de berekende opbrengst mogelijk te rooskleurig is. Dat kan pas met zekerheid worden vastgesteld als alle projecten zijn geëvalueerd, over een flink aantal jaren.

Het Juncker-plan is inmiddels verlengd tot eind 2020 en zal dan volgens Brussel 500 miljard euro opbrengen.