61 miljard euromuntjes in omloop, en niemand die ze uitgeeft. Dit moet stoppen, vond de Europese Commissie en stuurde alle lidstaten, het Europees Parlement en de Europese Raad een brief. Waarom worden ze nog gemaakt en wat doet Nederland met de één- en twee-eurocenten?

Het nut van de twee kleinste munten, de één- en twee-eurocenten, was al sinds de introductie onderwerp van debat. De hoge productie- en verwerkingskosten zijn niet in verhouding tot hun waarde, maar zeventien jaar later worden de kleinste muntjes nog altijd geslagen.

Er zijn, bij de laatste telling eind 2017, maar liefst 61 miljard één- en twee-eurocenten in omloop. Dat is bijna de helft van het totaal aan muntgeld. Elke burger in het eurogebied bezit nu 181 van deze munten, staat er in de brief die vorige maand naar alle lidstaten werd gestuurd. "Ze circuleren niet efficiënt tussen marktdeelnemers, maar zijn opgepot of kwijtgeraakt."

Bovendien zijn de muntjes nadelig voor winkeliers: zij betalen maximaal één euro voor een muntrol van 50 munten van één eurocent.

Belgen gaan pas eind 2019 bedragen afronden

Waar die muntjes in ieder geval niet terechtkomen: de Nederlandse detailhandel. Michel van Bommel is secretaris betalingsverkeer bij Detailhandel Nederland en moet diep in zijn geheugen graven, zegt hij.

"In Nederland speelt dit helemaal niet meer. Wij zijn een van de weinige landen die al vrij snel geen één- en twee-eurocentmuntjes meer gebruikten. De consument en de detailhandel hadden er weerstand tegen en de noodzaak om ze te gebruiken verdween al snel."

Finland liep voorop in het bannen van de kleine muntjes: sinds 2002 is het verplicht om het aankoopbedrag bij contante betaling af te ronden tot op de dichtstbijzijnde vijf eurocent. Nederland volgde in 2004. De Belgen moeten er december 2019 aan geloven: dan worden bedragen afgerond op 0 of 5 eurocent, waardoor consumenten geen één- of twee-eurocenten meer retour krijgen.

“In Nederland waren we de muntjes in 2004 al zat.”
Michel van Bommel, Detailhandel Nederland

Van Bommel: "In Nederland zijn we misschien wat progressiever of pragmatischer. You win some, you lose some: daar komt dat afronden natuurlijk op neer. Soms wordt het bedrag naar boven afgerond, soms naar beneden. Die discussie over beprijzing wordt feller gevoerd in het buitenland. Daar voelt het verplichte afronden als een inbreuk op de portemonnee."

ECB verantwoordelijk voor bankbiljetten, lidstaten voor de muntjes

Ooit, toen de euro in 2002 geïntroduceerd werd in de eurozone werd besloten dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het muntgeld, en de Europese Centrale Bank voor de bankbiljetten, vertelt Tobias Oudejans van De Nederlandsche Bank.

De lidstaten zijn dus zelf verantwoordelijk voor het muntjesbeleid, en veel landen in de eurozone wagen zich nog niet aan wetgeving. "Vandaar dat de Europese Commissie zich nu bezighoudt met die miljarden muntjes."

Waar ze op dit moment liggen? Van Bommel: "In oude sokken, jampotjes, de keukenla of spaarpotten van de kinderen. Na elke buitenlandse vakantie zitten ze weer in je portemonnee."