Het aantal huishoudens met een laag inkomen is vorig jaar gestegen. Het risico op armoede nam met name toe onder Syrische vluchtelingen, maar er zaten ook meer Nederlanders lange tijd in de bijstand, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.

In totaal moesten vorig jaar 599.000 huishoudens rondkomen van een laag inkomen, stelt het CBS. Dat waren er 27.000 meer dan in 2016.

Het aandeel huishoudens dat al meer dan vier jaar onder de lage-inkomensgrens zit, is de afgelopen jaren ook toegenomen. Het percentage steeg van 7,9 procent in 2016 tot 8,2 procent in 2017.

Ruim een derde van die toename komt op het conto van vluchtelingen die sinds 2015 een verblijfsvergunning hebben gekregen. Zij zijn vaak afhankelijk van bijstandsuitkering.

Meer mensen langer in armoede

Daarnaast signaleert het CBS een toename van het aantal mensen dat langer dan vier jaar van een laag inkomen moet rondkomen. Het gaat bijvoorbeeld om Nederlanders die in de crisis hun baan hebben verloren en sindsdien geen nieuw werk hebben gevonden.

Dat probleem treft vooral mensen tussen de 50 en 65 jaar. Deze leeftijdscategorie is dan ook oververtegenwoordigd in de groep die langdurig onder de lage-inkomensgrens leeft. Bij mensen die de AOW-leeftijd zijn gepasseerd, is de kans op armoede juist het kleinst.

Grens van 1.040 euro per maand

Het CBS hanteert een lage-inkomensgrens van 1.040 euro per maand voor een alleenstaande. Bij een paar met twee kinderen is die grens 1.960 euro per maand.

Wie minder verdient, loopt volgens het statistiekbureau risico op armoede.

Wil jij elke ochtend direct weten wat je 's nachts gemist hebt en wat er die dag gaat gebeuren? Abonneer je dan nu op onze Dit wordt het nieuws-nieuwsbrief!