Bij 96 procent van de winkels kunnen klanten contant betalen, terwijl bij 82 procent de pinpas mag worden gebruikt. Daarmee is brief- en muntgeld nog steeds het meest geaccepteerde betaalmiddel.

Dat blijkt uit onderzoek onder ruim duizend winkeleigenaren in opdracht van De Nederlandsche Bank (DNB).

De meeste winkeliers verwachten dat ze in 2022 nog altijd contante betalingen accepteren, ondanks de populariteit van pinbetalingen onder klanten.

Slechts 2 procent verwacht binnen een jaar geen contant geld meer te accepteren. Onder benzinestationhouders is dat zelfs 0 procent. Over een periode van vijf jaar verwacht 10 procent alleen nog elektronische betalingen te accepteren.

Geen reden om te stoppen met cash

De meest voorkomende reden om mogelijk in de toekomst geen contant geld meer aan te nemen, zijn voor winkeliers overvallen bij henzelf of in de buurt (18 procent). Toch overweegt 23 procent het stoppen met contanten überhaupt niet, en kan 28 procent geen reden bedenken.

De meeste retailers bieden beide betaalmogelijkheden aan. Bij benzinepompen is de acceptatie van pin- én contante betalingen het hoogst, met ruim 98 procent.

In de amusementsector komt de keus voor één van de twee mogelijkheden het vaakst voor. Daar kan maar in 55 procent van de gevallen gepind, en bij 87 procent met cash afgerekend worden. Bij sommige zaken wordt in deze sector achteraf een rekening gestuurd.

Gedoe met afstorten van contant geld

Vaak zijn het nieuwe ondernemers die ervoor kiezen om alleen pinbetalingen te accepteren. Als reden noemen ze hiervoor het gedoe met afstorten of de risico's die contant geld met zich meebrengt.

Indien een klant alleen contant geld bij zich heeft, zijn de meeste winkeliers coulant en laat deze persoon toch cash betalen of het bedrag overmaken. Slechts een kwart weigert klanten die niet kunnen pinnen.

De ondernemers die beide betaalwijzen aanbieden, doen dat om klanten tegemoet te komen. Pinnen biedt daarnaast gemak en is veilig.