Als je met pensioen bent, heb je eindelijk tijd voor die verre reis, of die nieuwe hobby. Maar daarvoor heb je natuurlijk wel wat financiële armslag nodig. Hoe zorg je ervoor dat je ook na je pensionering genoeg te besteden hebt? 

Drie kwart van de Nederlanders heeft een of meer maatregelen genomen om er na de pensionering niet financieel op achteruit te gaan, zo bleek dinsdag uit een onderzoek van Wijzer in Geldzaken.

Naast de AOW krijg je, als je in loondienst gewerkt hebt, een werknemerspensioen. Maar dit is samen lang niet altijd genoeg om de levensstandaard die je gewend bent te kunnen behouden. Ook kan er een pensioengat ontstaan, bijvoorbeeld door een echtscheiding, doordat je meerdere werkgevers hebt gehad of doordat je in deeltijd hebt gewerkt.

Een extra potje opbouwen kan dus nodig zijn. Sparen is de meest voor de hand liggende optie, maar zeker niet de enige. Een overzicht van de mogelijkheden.

Eigen huis? Los extra af of maak je overwaarde te gelde

Als je een (deels) aflossingsvrije hypotheek hebt, kan het verstandig zijn om extra af te lossen. Zo kun je je woonlasten flink verlagen voordat je met pensioen gaat.

Per kalenderjaar kun je een deel van de hypotheek boetevrij aflossen, in veel gevallen tussen de 10 en 20 procent van het oorspronkelijke bedrag.

Als je huis inmiddels meer waard is dan wat je ervoor betaald hebt, of als je behoorlijk wat hebt afgelost, zit er overwaarde op je huis. Die kun je verzilveren door je huis te verkopen. Ook is het soms mogelijk de overwaarde te gelde te maken zonder je huis te verkopen, bijvoorbeeld met een zogenoemde opeethypotheek.

Zet geld opzij via een lijfrenteverzekering of bankspaarrekening

Met een pensioenproduct zoals een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening leg je periodiek een bepaald bedrag in. Een koopsompolis is ook een mogelijkheid. Hierbij stort je eenmalig een bedrag.

Zodra de AOW-leeftijd is bereikt, komt er maandelijks een bedrag vrij. Een levenslange lijfrenteverzekering keert uit tot aan je overlijden, een bankspaarrekening meestal minimaal twintig jaar.

Voordeel van deze potjes is dat je niet tussentijds aan de opgebouwde bedragen kunt komen. En wie aan de voorwaarden voldoet, kan de inleg aftrekken van de inkomstenbelasting. Ook hoef je over het opgebouwde bedrag geen vermogensbelasting te betalen. Bij de uitkering van de bedragen betaal je wel belasting.

Dat je tussentijds niet aan het geld kunt komen, kan ook een nadeel zijn. Wie onverwacht geld nodig heeft, zal dat ergens anders vandaan moeten halen.

Ga sparen voor je pensioen

Als je liever ook tussentijds over je opgebouwde tegoed wilt kunnen beschikken, kun je ervoor kiezen te gaan sparen. Je weet dan ook precies wat voor bedrag je opbouwt.

In tegenstelling tot een lijfrenteverzekering, koopsompolis of bankspaarrekening moet je hier echter wel vermogensbelasting over betalen. Dat is het geval zodra het opgebouwde bedrag van een alleenstaande boven de 30.000 euro uitkomt. Voor partners geldt een drempel van 60.000 euro.

Een ander nadeel is dat sparen momenteel weinig oplevert. Meer dan 0,2 of 0,3 procent rente zit er meestal niet in. Om een wat hoger rendement te krijgen, kun je ook kiezen voor een spaardeposito. Een deposito heeft een bepaalde looptijd. Hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente meestal is.

Bereid iets meer risico te lopen? Denk eens aan beleggen

Beleggen kan een stuk lucratiever zijn dan sparen, maar brengt ook meer risico's met zich mee. Beleg dan ook alleen met geld dat je kunt missen.

Het rendement van je beleggingen is natuurlijk onzeker, maar over het algemeen geldt: hoe risicovoller de belegging, hoe hoger het rendement kan uitpakken. Bedenk ook dat beleggen iets is voor de langere termijn.

Werk door na je pensionering

Een op de vijf Nederlanders wil na het bereiken van de AOW-leeftijd door blijven werken. Deze mensen vinden het leuk om te werken of willen graag actief blijven. Soms is het ook noodzakelijk vanuit financieel oogpunt.

Blijven werken is niet nadelig voor je pensioen- of AOW-uitkering. Ook is de inkomstenbelasting die je als gepensioneerde betaalt lager dan die voor jongere mensen. Het is trouwens mogelijk het pensioen maximaal vijf jaar later te laten ingaan als je blijft werken.

In sommige gevallen moet je na pensionering een nieuw arbeidscontract met de werkgever afsluiten. Werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen komen te vervallen.