Er dreigen voor het kabinet-Rutte opnieuw tegenvallers in de koopkrachtontwikkeling. Maatregelen zijn nodig omdat werknemers anders beperkt profiteren van de economische groei.

Dat concludeert een studie van de Rabobank over loonontwikkeling.

"Terwijl de Nederlandse economie afgelopen jaar met 2,9 procent groeide, kropen de cao-lonen slechts een schamele 1,4 procent omhoog – maar net genoeg om boven de inflatie van 1,3 procent uit te komen", aldus de onderzoekers.

Economen Barbara Baarsma en Nic Vrieselaar stellen namens de bank dat het kabinet het verschil tussen de brutoloonkosten en het nettoloon kan verkleinen (de zogenoemde 'wig') om zo de koopkracht te stimuleren. Voor werkgevers zou op dit moment elke euro extra aan nettosalaris erg kostbaar zijn.

Er zouden volgens Baarsma twee mogelijke oplossingen zijn. Zo zouden de brutokosten voor de werkgever verlaagd kunnen worden, of zou de marginale belastingdruk voor werknemers naar beneden bijgesteld kunnen worden.

Een andere ingreep om de koopkracht voor werknemers te vergroten is volgens de economen het stimuleren van vaste contracten.

Automatisering en digitalisering drukken de lonen

Als oorzaak noemen de economen de toegenomen automatisering en digitalisering, die ervoor zorgen dat productie- en administratief werk minder betalen.

Verder zou de concurrentie met buitenlandse beroepsbevolking te wijten zijn. Bedrijven besteden onder meer werk uit aan lagelonenlanden, en inwoners van andere EU-landen komen naar Nederland voor werk. Door dat laatste hebben bedrijven meer keus, en kunnen ze lagere lonen uitbetalen.