Uitkeringsinstantie UWV heeft in de periode 2013-2017 ongeveer 420 miljoen euro aan fraudevorderingen opgelegd. Dat zijn onterecht betaalde uitkeringen (310 miljoen euro) en boetes (110 miljoen euro).

Dat blijkt uit antwoorden van minister Wouters Koolmees van Sociale Zaken aan Tweede Kamerleden René Peters (CDA) en Dennis Wiersma (VVD). De kamerleden stelden vragen aan de minister na een nieuwsitem op omroep WNL.

Volgens WNL kostten onterecht uitbetaalde uitkeringen in de periode 2013-2017 de samenleving 175 miljoen euro. Peters en Wiersma uitten hun zorgen over dit nieuws tegenover minister Koolmees. Zij vinden dat fraude nooit mag lonen en willen dat de minister maatregelen neemt om te zorgen dat het geld terugkomt.

Niet altijd mogelijk

In zijn brief schrijft Koolmees dat terugvorderen niet altijd mogelijk is. Ten eerste omdat het UWV de zogenaamde beslagvrije voet moet respecteren. Dat houdt in dat de persoon met schulden genoeg geld moet overhouden om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Verder werkt het UWV mee aan schuldregelingen. Tot slot kan de uitkeringsinstantie geen geld terughalen van mensen die zijn overleden.

Koolmees vindt dat 'in principe' elke onterechte uitkering moet worden terugbetaald. In de brief staat dat inmiddels 72,6 procent van alle fraudevorderingen die in 2013 zijn opgelegd, is geïncasseerd. Uitvoeringsinstanties moeten minimaal tien jaar terugvorderen, dus Koolmees verwacht dat dit percentage nog verder oploopt.

Verbeteringen

Bovendien zijn controles bij het UWV verbeterd in de afgelopen vijf jaar, schrijft Koolmees. Van 2013 tot 2017 investeerde de overheid jaarlijks gemiddeld 23,5 miljoen euro in een verbeterprogramma voor de handhaving bij het UWV.

Dankzij dit programma is de communicatie verbeterd en zijn gefingeerde dienstverbanden voortaan een vast controle-onderdeel. Verder heeft de inkomensverrekening in de Wwz ervoor gezorgd dat het UWV meer gegevens heeft en minder onterechte uitkeringen toekent.