De meeste huishoudens zijn dit jaar meer kwijt aan gas, water en elektra. Dat komt doordat de zogenoemde precariobelasting met gemiddeld 33 procent omhoog gaat.

Dat valt op te maken uit de Atlas van de Lokale Lasten, een jaarlijkse publicatie van de onderzoeksinstantie COELO van de Rijksuniversiteit Groningen.

De precariobelasting wordt door sommige gemeenten aan drinkwater- en netwerkbedrijven geheven voor het gebruik van voorzieningen als waterleidingen en kabels. De bedrijven berekenen deze belasting indirect door aan de consument.

De belasting is inmiddels afgeschaft, maar in gemeenten waar hij in februari 2016 bestond, mag de heffing nog tot 2022 blijven. Veel gemeenten hebben de precariobelasting nog op het laatste moment ingevoerd en in die plaatsen wordt de extra heffing dit jaar voor het eerst doorberekend in de rekening.

Eigen woning  

Een huishouden met een eigen woning betaalt dit jaar gemiddeld 0,8 procent meer voor de belastingen aan gemeente, provincie en waterschap. Die stijging blijft ruim onder de inflatie van 1,6 procent, constateert Coelo.

De gemeentelijke lasten stijgen gemiddeld 0,7 procent, de waterschapslasten 1,7 procent en de provinciale lasten blijven gelijk.

Een meerpersoonshuishouden met een koopwoning betaalt gemiddeld 1.312 euro aan lokale belastingen, waarvan 721 euro aan de gemeente, 259 euro aan de provincie en 332 euro aan het waterschap. De duurste plek om te wonen is Bloemendaal met 1.900 euro; de goedkoopste Veenendaal met 1.039 euro.

Huurders

Huurders betalen gemiddeld 870 euro, waarvan 358 euro voor de gemeente, 279 euro voor de provincie en 253 euro voor het waterschap. Ze zijn daarmee gemiddeld 0,2 procent meer kwijt dan vorig jaar.

De goedkoopste gemeente om te wonen is voor huurders Nijmegen met 570 euro, de duurste plaats is Pijnacker-Nootdorp met 1.243 euro.