Het doorsnee vermogen van Nederlandse huishoudens is in 2016 met bijna een tiende toegenomen. Dit kwam vooral door een stijging van de woningprijs.

In 2016 kwam het bedrag uit op 22.100 euro, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag.

Het doorsnee vermogen kwam op hetzelfde niveau uit als dat van 2015 als eigen woningen buiten beschouwing worden gelaten.

In totaal hadden Nederlandse huishoudens in 2016 een vermogen van 1.157 miljard euro. Na correctie voor prijsontwikkelingen is dit ruim 20 procent (323 miljard euro) minder dan in 2008.

Invloed

Het CBS benadrukt dat prijsstijgingen en -dalingen van woningen een grote invloed op het doorsnee vermogen hebben. Bijna drie op de vijf huishoudens hadden in 2016 een eigen woning.

Koopwoningen zijn goed voor bijna 57 procent van de totale bezittingen van huishoudens. Pas daarna volgen bank- en spaartegoeden (15 procent) en aanmerkelijk belangen in bijvoorbeeld een vennootschap of coöperaties (9,2 procent).

De grootste schuldenpost van huishoudens bestaat uit hypotheekschulden. Die komen neer op 86 procent van de schulden van huishoudens. Studieschulden zijn goed voor 1,7 procent van de schulden.

Het aantal huishoudens met meer schulden dan bezittingen is in 2016 afgenomen. Zo'n 1,7 miljoen Nederlandse huishoudens had in dat jaar een negatief vermogen. Dat is een daling van 107.000 ten opzichte van 2015.

Miljonairs

Het CBS meldt verder dat 2,2 procent van de huishoudens in 2016 een vermogen van minstens 1 miljoen euro had. Dat komt neer op 167.000 huishoudens. Het gaat om negenduizend miljonairshuishoudens meer dan een jaar eerder.

De Noord-Hollandse gemeente Laren spant de kroon met een doorsnee vermogen van 280.700 euro. Verder staan in de top tien maar liefst zes Noord-Brabantse gemeenten. In Sint Anthonis, Alphen-Chaam, Oirschot, Haaren, Reusel-De Mierden en Hilvarenbeek wonen naar verhouding veel ouderen met een flink vermogen.

Rotterdam

Rotterdamse huishoudens hadden in 2016 met 1.900 euro het laagste doorsnee vermogen. Ook Den Haag (3.700 euro) en Amsterdam (4.000 euro) komen in de top tien voor. Utrecht juist niet, maar ook in deze stad is het doorsnee vermogen relatief laag (5.700 euro).

Het CBS legt uit dat in grote steden relatief veel jongeren, ontvangers van uitkeringen en personen met een niet-westerse migratieachtergrond wonen. Dit zijn groepen die doorgaans weinig vermogen hebben.

Mediaan

Bij het berekenen van het doorsnee vermogen heeft het CBS gekeken naar de zogenoemde mediaan. Dit betekent dat de helft van de huishoudens meer vermogen bezit en de andere helft juist minder.

Dit doet het statistiekbureau, omdat een klein aantal huishoudens een relatief groot vermogen heeft en dit het gemiddelde vertekent.