Een bankmedewerker is berispt door de onafhankelijke Tuchtcommissie van de Stichting Tuchtrecht Banken. De medewerker stelde het belang van een klant niet centraal.

In de zaak gaat het over inzage in kredietdossiers van de melder, aldus de Tuchtcommissie vrijdag. Eerder werden klachten in twee vergelijkbare zaken niet gegrond verklaard.

"De bankmedewerker was in deze zaak niet (pro-)actief genoeg  in het informeren van melder en het laten beoordelen van de verzoeken", oordeelde de Tuchtcommissie.  

De melder diende een klacht in tegen een medewerker van haar bank, die zou hebben geweigerd inzage te geven in haar kredietdossier.

De commissie acht de klacht gegrond en legde een berisping op. Het Aanklagersbureau gaat tegen de beslissing in beroep.

Eerdere klachten

De Tuchtcommissie beoordeelde eerder twee klachten als niet-gegrond. 

Een klant diende een klacht in tegen een medewerker van een bank vanwege de, in de ogen van de melder, gebrekkige informatieverschaffing door de medewerker.

Bij een andere klacht werd bepaalde informatie niet verschaft uit een kredietdossier na verzoek van een klant.

De Tuchtcommissie oordeelde dat de informatieprocedure van de kant van de bank volgens de regels is uitgevoerd. De bank was daarbij niet verplicht de door de melder verzochte informatie te verschaffen.