De cao-lonen zijn in 2017 met 1,5 procent toegenomen, minder hard dan in 2016. Toen stegen de lonen met 1,8 procent.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag op basis van nieuwe cijfers.

Er is wel een positieve trend zichtbaar. In het laatste kwartaal van 2017 kwam het cao-loon boven 1,5 procent uit.

In de landbouw stegen de cao-lonen het meest, namelijk met 2,3 procent. Dit is vooral op het conto te schrijven van de cao’s in de glastuinbouw en de dierhouderij.

Ook in de bouw steeg het cao-loon met meer dan 2 procent. In de 'overige dienstverlening', waar bijvoorbeeld kappers en de uitvaartsector onder vallen, stegen de cao-lonen met maar 1 procent.

De contractuele loonkosten, waar ook de werkgeverspremies onder vallen, stegen met 1,8 procent vorig jaar. Werkgevers hebben meer moeten bijdragen aan WAO- en WW-premies. Vooral de bijdrage van overheid aan de pensioenpremies is gestegen.

FNV

Vakbond FNV ziet in de cijfers een bevestiging dat de lonen achterblijven bij de economische groei. Volgens FNV Arbeidsvoorwaardencoördinator Zakaria Boufangacha vindt de regering, de Nederlandse Bank en het CPB ook dat de beloningen hoger moeten.

''Maar vragen of eisen, is helaas nog niet automatisch ook krijgen. We zien dat we successen boeken in sectoren waar onze leden dreigen in actie te komen.''