Het verschil tussen het salaris van mannen en vrouwen in dezelfde functie is in de afgelopen jaren vrijwel onveranderd gebleven. In 2015 lag het verschil in de Europese Unie gemiddeld op 16,3 procent.

Dat blijkt dinsdag uit cijfers van Europees statistiekbureau Eurostat.

Het verschil tussen lonen was in 2015 met 5,5 procent het minst groot in Luxemburg en Italië. Estland staat onderaan het lijstje met een loonverschil van 26,9 procent. Daarna volgen Tsjechië met 22,5 procent, Duitsland (22 procent), Oostenrijk (21,7 procent) en het Verenigd Koninkrijk (20,8 procent).

Van de landen waarvan data over 2010 beschikbaar zijn, is de loonkloof in België het sterkst gedaald: van 10,2 procent in 2010 naar 6,5 procent vijf jaar later, een daling van 3,7 procentpunt. Het verschil in Hongarije daalde met 3,6 procentpunt, in Luxemburg met 3,2 procentpunt en in Roemenië en Finland met 3 procentpunt.

In tien Europese Lidstaten nam het verschil de afgelopen vijf jaar juist toe. Slovenië was goed voor de grootste toename: van 0,9 procent naar 8,1 procent.

Managementfuncties

Het loonverschil in managementfuncties lag boven het gemiddelde. Vrouwen verdienen daar 23,4 procent minder dan mannen.  Daarnaast wordt slechts 35 procent van de managementfuncties door vrouwen bekleed, terwijl de man-vrouwverhouding van het totaalaantal werkenden in de Europese Unie nagenoeg gelijk is.

Nederland doet het wat aandeel vrouwen in managementfuncties betreft iets slechter, maar de loonkloof is kleiner. Van de 361.826 managers waren er 101.149 vrouw. Zij verdienden gemiddeld 21,4 procent minder dan mannen.