Huishoudens met een middeninkomen hebben het minste profijt van overheidsvoorzieningen voor onder meer onderwijs, wonen en zorg.

Die conclusie trekt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) donderdag op basis van een onderzoek naar de herverdeling van inkomen door overheidsingrijpen.

Nederlandse huishoudens ontvingen in 2014 voor 250 miljard euro aan uitkeringen en publieke voorzieningen en droegen ongeveer hetzelfde bedrag af aan premies en belastingen.

De inkomsten uit premies en belastingen worden door de overheid als het ware herverdeeld over huishoudens in de vorm van uitkeringen en publieke voorzieningen, zoals bijdragen voor kinderopvang, collegegeld en verzorgingstehuizen.

"Sommige huishoudens hebben zodoende profijt van de overheid. Zij eindigen met meer inkomen dan waarmee ze begonnen", zegt het SCP. Anderen eindigen juist met minder.

Huishoudens met een middeninkomen (tussen de 25.000 en 45.000 euro per jaar) hebben volgens het Planbureau gemiddeld tussen de 9.040 en 9.480 euro profijt per jaar, uitgaande van de uitgaven die de overheid doet aan publieke voorzieningen.

Voor de lage inkomens geldt een voordeel van tussen de 9.850 en 22.400 euro. Voor hoge inkomens is dat tussen de 10.540 en 14.680 euro.

De middeninkomens maken volgens het SCP minder gebruik van overheidssteun, doordat ze minder gezondheidsproblemen hebben en dus ook minder voorzieningen daarvoor gebruiken.

Ook maken ze minder gebruik van hoger onderwijs, cultuur en recreatie, dan bijvoorbeeld de huishoudens met een hoog inkomen.  

Het verschil in profijt tussen de inkomensgroepen komt het duidelijkst naar voren op het gebied van wonen. De middeninkomens komen er daar volgens het planbureau het meest bekaaid vanaf.

"De woningmarkt is voor middeninkomens minder betaalbaar en toegankelijk dan voor lage en hoge inkomens', aldus het SCP.

Draagkracht

Belastingen en premies leverden Nederlandse huishoudens in 2014 in totaal 110,7 miljard euro aan voordelen op en 199,1 miljard euro aan nadelen.

Overheidsbijdragen aan voorzieningen voor zorg, onderwijs, wonen, cultuur en recreatie en vervoer brachten 142,9 miljard euro aan profijt en 48,4 miljard euro aan nadeel.

De lage inkomens ontvangen hierbij relatief de meeste steun, wat volgens het SCP aansluit op het beleid dat huishoudens in Nederland ontvangen en afdragen naar draagkracht.

Oudere huishoudens, huishoudens met een werkloze hoofdkostwinner en huishoudens met veel kinderen eindigen door overheidssteun meestal met meer netto inkomen dan waarmee ze begonnen.

Huishoudens met een werkende hoofkostwinner, een inkomen uit arbeid van meer dan 30.000 euro per jaar en weinig kinderen leveren juist in.