Gemeenten hebben voor volgend jaar begroot 9,4 miljard euro aan gemeentelijke heffingen te innen. 

De drie omvangrijkste gemeentelijke heffingen, de onroerendezaakbelasting (ozb), de riool- en de afvalstoffenheffing, zijn samen goed voor ruim 7,1 miljard euro. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag op basis van onderzoek naar de gemeentelijke begrotingen van 2017.

De opbrengst van de ozb stijgt in 2017 met 2,5 procent tot 3,9 miljard euro. Dat is de kleinste stijging sinds de afschaffing van het gebruikersdeel woningen van de ozb in 2006. Ook de stijging van de rioolheffing met 1 procent is relatief beperkt. Het is de laagste stijging in meer dan 25 jaar.

De begrote opbrengst aan afvalstoffenheffingen daalt in 2017 verder met 0,7 procent tot 1,7 miljard euro. De verlaging van de verwerkingskosten leidt tot lagere tarieven, waardoor de opbrengst van de afvalstoffenheffingen al een paar jaar licht daalt.

Kleine heffingen

Van de kleinere gemeentebelastingen stijgt de zogeheten precariobelasting met 14,4 procent het meest. Precariobelasting wordt geheven voor het gebruik van openbare grond, zoals voor het plaatsen van bijvoorbeeld terrassen, luifels, lichtreclames, vlaggen, kabels en leidingen.

Vorig jaar steeg deze belasting al met ruim 32 procent. In 2017 komt de opbrengst ervan op ruim 238 miljoen euro uit.

Dat de opbrengst van de precariobelasting stijgt, komt vooral doordat meer gemeenten deze belasting heffen op ondergrondse kabels en leidingen. Ook hebben sommige gemeenten hun tarieven verhoogd.

Voor de inkomsten uit toeristenbelasting, eveneens een in omvang kleinere heffing, verwachten gemeenten voor 2017 een stijging van 13,3 procent tot 217 miljoen euro. In 2016 steeg de opbrengst met 8,6 procent.