Een meerderheid van de mbo-leerlingen krijgt geen vergoeding voor een stage, terwijl zij daar vanwege cao-afspraken vaak wel recht op hebben.

Dat stelt vakbond CNV Vakmensen woensdag op basis van een peiling onder ongeveer 2.500 roc-leerlingen. Daaruit zou blijken dat zeven op de tien stagiairs niets ontvangen voor hun stage. 

"Stagiairs werken vaak voor nop. En ze durven er geen punt van te maken, want ze zijn vaak al blij dat ze een stageplek hebben", zegt vakbondsconsulent van CNV Vakmensen Souleiman Amallah. Hij is geschrokken van de cijfers en noemt het "een kwalijke zaak".

Bedrijven zijn niet wettelijk verplicht om een vergoeding te geven. Maar het is volgens Amallah wel gebruikelijk en bovendien zijn er richtlijnen voor. "Daarnaast zijn er in een aantal cao's concrete afspraken gemaakt over een stagevergoeding. In zo'n geval heb je daar als stagiair gewoon recht op."

Afspraken

Die afspraken gelden onder meer voor de kappersbranche, de bouw en de sector zorg en welzijn. Ook stagiairs die bij een kappersbedrijf stage lopen, zouden volgens de cao daar een vergoeding voor moeten krijgen.

"Uit de peiling die we hebben gehouden blijkt dat stagebedrijven in deze sectoren de cao-afspraak massaal aan hun laars lappen. Ze maken misbruik van de kwetsbare positie van een stagiair."

De vakbond roept stagebedrijven op om zich aan de cao-afspraken te houden. Ook wil de bond dat de roc's daarbij gaan helpen.

Bang

"Van docenten horen we vaak dat ze dit probleem niet durven te bespreken, omdat ze bang zijn om stagebedrijven kwijt te raken. We begrijpen die angst wel. Maar tegelijkertijd moeten scholen ook hun verantwoordelijkheid nemen en voor hun leerlingen opkomen", vindt Amallah.

Daarom pleit hij voor een standaardovereenkomst tussen scholen en stagebedrijven. Daar kan dan een verwijzing naar de cao-afspraken in opgenomen worden. De bond benadrukt dat voormalige stagiairs tot vijf jaar later een misgelopen stagevergoeding alsnog kunnen opeisen.