Het ambtenarenpensioenfonds ABP kan de pensioenen ook komend jaar niet laten meestijgen met de gemiddelde loonontwikkeling. 

Daarvoor staat het fonds er financieel nog altijd te zwak voor, liet het vrijdag weten.

De dekkingsgraad, die aangeeft in hoeverre een pensioenfonds in staat is aan zijn toekomstige verplichtingen te voldoen, stond eind oktober op 99,3 procent. Dat is ruim onder het minimum van 110 procent dat De Nederlandsche Bank (DNB) eist van ABP, met 2,8 miljoen deelnemers het grootste pensioenfonds van Nederland.

Premie

De premie gaat wel omlaag als gevolg van de versobering van de pensioenopbouw die onlangs in een nieuwe cao voor overheidspersoneel is vastgelegd. Maar mogelijk moet ABP de premie in april alweer verhogen, als blijkt dat de dekkingsgraad niet snel genoeg herstelt. Dat besluit valt in de loop van januari.

Volgens minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) zijn er geen gevolgen voor de loonsverhoging van de ambtenaren die hij eerder dit jaar met drie vakbonden overeenkwam. ''Het loonakkoord staat.'' Als het ABP besluit tot een hogere premie zou dit wel voor ''een gat'' in zijn begroting kunnen zorgen. Verder wilde hij niet op de kwestie ingaan.

Pensioenfondsen hebben de laatste jaren grote moeite om hun buffers op het vereiste niveau te houden. Dat komt vooral door de extreem lage rente, die ervoor zorgt dat de toekomstige verplichtingen fors hoger moeten worden gewaardeerd.

Verlaging

ABP kon daardoor de laatste jaren de pensioenen niet laten meegroeien met de gemiddelde loonontwikkeling. In april 2013 moest zelfs een verlaging worden doorgevoerd.

Doordat opnieuw niet kan worden geïndexeerd, neemt voor mensen met een oudedagsvoorziening via ABP de achterstand op de gemiddelde loonontwikkeling over de afgelopen jaren toe tot 11,7 procent. Daarbij gaat het fonds ervan uit dat werkenden er dit jaar gemiddeld 1,6 procent bij hebben gekregen.