Het pensioenfonds voor mediapersoneel en de creatieve sector PNO stopt met vaste premies voor jongere en oudere werknemers. PNO is het eerste grote fonds dat dit doet.

Dat meldt Het Financieele Dagblad (FD) donderdag.

Bedrijven die vooral ouderen in dienst hebben, gaan een hogere pensioenpremie betalen dan bedrijven met relatief veel jonge werknemers.

De gemiddelde leeftijd van het volledige personeelsbestand zal de hoogte van de premie bepalen. Voor de meeste werkgevers in de sector zal de premie hierdoor maximaal 5 procent hoger of lager uitvallen.

PNO loopt daarmee vooruit op een wens van het kabinet. Het kabinet wil uiteindelijk af van de zogenoemde doorsneepremie. 

Oneerlijk

Bij dit systeem bouwt een jongere voor elke euro premie evenveel pensioen op als een oudere deelnemer. Dat wordt door critici als oneerlijk gezien, omdat de ingelegde euro van een jongere werknemer nog jarenlang rendement kan opleveren en dus eigenlijk zou moeten leiden tot een hogere pensioenuitkering.

"Dit voelt als solidariteit loslaten", zegt voorzitter Nelly Altenburg van PNO tegen de krant. "Er waren werkgevers die zeiden: ik heb jaren te veel premie betaald. Soms moet je accepteren dat het leven er nu anders uitziet."

Gedwongen

Volgens het FD voelt PNO zich gedwongen om de premie voor jongere werknemers relatief lager te houden, omdat jonge bedrijven zich anders niet bij het fonds zouden willen aansluiten.

PNO verzorgt de pensioenregeling voor bijna 38.000 deelnemers en negenduizend pensioengerechtigden. Het fonds heeft een belegd vermogen van 4,9 miljard euro.