Autobezit wordt gestimuleerd door de parkeervergunningen die in veel Nederlandse steden worden uitgegeven, dit zijn immers "gesubsidieerde" parkeerplaatsen.

Dat blijkt donderdag uit onderzoek door drie economen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

De overheid vraagt voor een parkeervergunning veel minder geld dan de marktconforme prijzen voor een parkeerplaats. Dit maakt autobezit niet alleen aantrekkelijker, maar levert ook lange wachtlijsten op in de betreffende steden.

De economen verdiepten zich in de wachtlijsten in het centrum van Amsterdam en koppelden deze aan gegevens over autobezit. Het effect van de subsidie op autobezit werd gemeten door te kijken naar verschillen in wachtlijsten in verschillende Amsterdamse buurten.

Parkeerruimte is schaars in Nederlandse steden en daarom duur. Amsterdammers zouden duizenden euro's per jaar kwijt zijn aan een plek in een parkeergarage, terwijl een vergunning vaak 100 tot 400 euro per jaar kost. Daar moeten ze echter tot vier jaar op wachten.

Elk extra jaar op de wachtlijst betekent een daling van 2 procentpunt in autobezit, zo constateerden de onderzoekers. Tijdens het wachten moeten mensen namelijk de marktconforme parkeerkosten afdragen. In de buurten waar langere wachtlijsten bestaan, is dan ook minder autobezit.

De indirecte parkeersubsidie belandt overigens vooral in de zakken van de rijkere huishoudens. Met name binnen die groep betekent het subsidiebeleid een toename van autobezit.