De stad Utrecht is van de vier grote steden de minst toegankelijke stad als het aankomt op de financiering van een koopwoning door middeninkomens.

In Rotterdam en Den Haag is de koopsector financieel wel goed bereikbaar, terwijl ook de Amsterdamse woningmarkt relatief toegankelijk is voor middeninkomens (maximaal 1,5 keer modaal).

Dat blijkt dinsdag uit een rapport van de Amsterdam School of Real Estate (ASRE).

In Nederland als geheel was in 2015 ongeveer 16 procent van de koopsector financierbaar voor huishoudens met een laag middeninkomen en 32 procent voor de hoge middeninkomens.

In Utrecht is dit respectievelijk 6 procent en 17 procent. In Rotterdam, de meest bereikbare stad van de grote vier, is 37 procent van de koopwoningen een haalbare kaart voor lage middeninkomens. Voor hoge middeninkomens is dit 55 procent.

Gebrek

De Nederlandse woningmarkt functioneert minder goed dan zou moeten doordat er een gebrek is aan een betaalbaar middensegment op de huurmarkt, concluderen de onderzoekers verder.

In 2012 hadden ongeveer 1,6 miljoen huishoudens een middeninkomen, terwijl het middensegment op de huurwoningmarkt uit ongeveer 400.000 huizen bestond.

Dit levert echter nog niet direct problemen op, aangezien het grootste deel van de middeninkomens, namelijk 1 miljoen, een koopwoning bezit.

De strenge toewijzingsregels voor corporatiewoningen en striktere normen voor hypotheekverstrekking zullen de vraag naar huurwoningen in het middensegment echter doen toenemen, verwachten de onderzoekers. Die vraag zal zeker in sterk verstedelijkte gebieden groter zijn dan het aanbod.

Een groter middensegment zou bovendien een schakel vormen tussen de koopsector en de gereguleerde huursector.

Dat zou niet alleen de doorstroming bevorderen, maar ook een bijdrage leveren aan de arbeidsmobiliteit, zo denken de onderzoekers. Mensen met een lager middeninkomen kunnen zo namelijk makkelijker verhuizen voor een baan.