'Pensioenfondsen staan er een stuk slechter voor'

De Nederlandse pensioenfondsen zijn er afgelopen maand een stuk slechter voor komen te staan, blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van onderzoekbureau Aon Hewitt. 

De gemiddelde dekkingsgraad van de fondsen liep in juli met 4 procentpunt terug van 108 naar 104 procent.

Dat komt vooral doordat De Nederlandsche Bank (DNB) de rekenrente waarmee de pensioenfondsen hun verplichtingen berekenen, heeft aangepast. 

Ook hadden de fondsen last van het dalen van de marktrente. De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre de fondsen kunnen voldoen aan hun verplichtingen.

De zogenoemde beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, is vorige maand gelijk gebleven op 107 procent. Dat is 3 procentpunt onder de grens om te kunnen beginnen met indexeren, maar nog boven de grens voor een dekkingstekort.

Lage rente

De pensioenfondsen kampen al enige tijd met de lage rentestand in Europa. Bij een lage rente komen hun toekomstige verplichtingen namelijk hoger uit. Voorlopig ziet het er dan ook naar uit dat de fondsen hun buffers verder moeten verhogen, waardoor indexatie (verhoging) van de pensioenen verder uit beeld raakt en de premies mogelijk omhoog moeten.

Het kan zelfs dat op termijn ook pensioenregelingen verder versoberd moeten worden, aldus Aon. De rekenrente was voorheen vastgesteld op een niveau van 4,2 procent, maar moet door de aanpassingen van DNB voortaan worden afgeleid van een voortschrijdend gemiddelde van de lange rente over de afgelopen tien jaar. Hierdoor is de rekenrente al teruggevallen naar 3,3 procent. Maar het laagste punt is waarschijnlijk nog niet bereikt.

DNB heeft op 15 juli de methode voor de vaststelling van de rekenrente voor pensioenfondsen gewijzigd. De verandering heeft te maken met de zogenoemde Ultimate Forward Rate (UFR). De UFR is gebaseerd op een voortschrijdend gemiddelde van de lange rente over de afgelopen tien jaar.

Lees meer over:
Tip de redactie