Pensioenpech voor jongeren wordt gerepareerd

De generaties van pensioenpech (de jongeren) en van welvaartsmazzel (de babyboomers) worden qua pensioenopbouw voortaan noodgedwongen van elkaar gescheiden. 

Alle pensioendeelnemers krijgen in de nabije toekomst een eigen spaarpotje dat eigenhandig wordt opgebouwd, zonder dat uit verouderde solidariteitsoverwegingen geld naar de oudere ontvangers wordt geschoven.

Kort gezegd: de jongeren van nu subsidiëren door de vergrijzing in combinatie met een doorsneepremie in hoge mate de huidige pensioenuitkeringen, terwijl zij geen zekerheid hebben of ze straks zelf voldoende pensioen ontvangen, opgebracht door een nieuwe - en kleinere - generatie jongeren.

Deze zogenoemde doorsneesystematiek gaat - als het aan het kabinet ligt - vanaf 2020 op de schop. Steeds meer jongeren vinden volgens het kabinet dat ze te veel betalen voor hun pensioen en er later te weinig voor terugkrijgen.

Grootste winst

Het verdwijnen van die doorsneesystematiek is volgens pensioendeskundigen de grootste winst in de voorstellen van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken). Alleen zo kan het draagvlak worden behouden voor het sparen voor de aanvullende oudedagsvoorziening.

''Revolutionair vind ik dat overigens niet. Solidariteit tussen jong en oud was heel lang houdbaar, maar nu niet meer’’, zegt Erik Beckers, auteur van het boek Pensioen voor Dummies (30.000 exemplaren verkocht) en hoofd juridische zaken bij levensverzekeraar Zwitserleven.

''De jongere generatie moet zonder deze aanpassingen vrezen voor een lagere pensioenuitkering en daarom is een stelselwijziging nu noodzakelijk. Anders hebben ze straks een karig pensioen.’’

Hij wordt bijgevallen door Onno de Lange, directeur van adviesbureau Pensioenbestuurders.nl en tevens secretaris van het Instituut voor Pensioeneducatie.

''Als je het systeem met 900 miljard euro aan pensioengelden niet aanpast aan de veranderende wereld, dan blijft het op den duur niet houdbaar. Solidariteit is een groot goed, maar in deze individualistische maatschappij wil iedereen graag zien wat er met zijn of haar geld gebeurt. In de nieuwe voorstellen is ruimte voor meer keuzevrijheid. Het opgebouwde pensioenpotje kan makkelijker worden meegenomen van de ene naar de andere werkgever, passend in de tijdgeest van meerdere banen in een mensenleven.’’

Wat is er mis met het huidige systeem?

De doorsneesystematiek voor pensioenopbouw betekent dat jong en oud binnen eenzelfde pensioenfonds dezelfde premie betalen. Binnen dat systeem brengt de premie van een jongere door een veel langere looptijd meer rendement op dan de premie van een oudere collega. Werknemers boven de 45 jaar profiteren daarvan, jongeren hebben het nakijken.

Een voorbeeld: blijkens cijfers van het CPB ontvangt een werknemer die tot zijn veertigste jaar bij een pensioenfonds aangesloten is en daarna als zzp’er verder gaat, ruim 30 procent minder pensioen in verhouding tot de premie die hij ervoor heeft betaald. Maar een pensioendeelnemer die op zijn veertigste voor het eerst toetreedt tot een fonds, krijgt gemiddeld 20 procent extra bovenop zijn ingelegde premie.

Bovendien helpt de veranderende arbeidsmarkt ook niet. Korte arbeidscontracten, ontslag, het wegvallen van bedrijfstakken (zoals mijnbouw, scheepsbouw, vliegtuig- en grafische industrie) leiden tot talrijke pensioenbreuken en tot minder inkomsten voor vergrijsde pensioenfondsen.

''Je holt tegenwoordig van pensioenfonds naar pensioenfonds. Je moet iets doen om dat te repareren’’, stelt pensioendeskundige De Lange.

Wat gaat er veranderen?

Er komt één gelijkluidend systeem van opbouw van een persoonlijk pensioenvermogen, dat de verschillen (klimmende of juist afnemende pensioenpremies) bij de bedrijfstak- en ondernemingspensioenfondsen wegneemt.

Alle werknemers binnen een pensioenregeling blijven dezelfde premies betalen, maar daarmee een pensioenaanspraak opbouwen die afneemt met de leeftijd (degressieve opbouw). ''Dit is een systematiek waarin jong en oud op elk moment in hun loopbaan een actuarieel correct pensioen opbouwen en gelijke kansen op de arbeidsmarkt behouden’’, aldus Klijnsma.

Het zwaartepunt van de pensioenopbouw ligt in het nieuwe scenario in de eerste helft van iemands loopbaan, wanneer nog relatief veel risico kan worden genomen en dus meer rendement op beleggingen kan worden behaald. Later in de carrière moeten die risico’s zo veel mogelijk worden afgebouwd.

De aanpassingen zijn volgens Klijnsma en volgens pensioendeskundige Beckers nadelig voor de groep mensen tussen 35 en 50 jaar.

Beckers daarover: ''Die leeftijdsgroep, waartoe ik zelf ook behoor, dreigt het voornaamste slachtoffer van de aanpassingen te worden. Ze hebben eerst een te hoge premie betaald en profiteren niet van de omslag na het 45ste levensjaar. Ik ga ervan uit dat voor deze groep een overgangsmaatregel komt.’’

Het nieuwe systeem moet daarnaast 'eerlijker en transparanter’ worden en meer maatwerk bieden. Zo wil de een langer doorwerken en de ander eerder stoppen, bijvoorbeeld omdat minder pensioengeld nodig is door het hebben van een eigen - afbetaald - huis of voldoende spaargeld. Keuzevrijheid om zelf te bepalen wanneer het pensioen ingaat, is daarbij belangrijk, aldus het kabinet.

Is dit plan het ei van Columbus?

De Lange: ''Het is zeker een goede stap. Al in de jaren 80 waarschuwde toenmalig CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman voor de gevolgen van de vergrijzing voor ons pensioenstelsel. Toen keek de politiek de andere kant op en durfde men geen verantwoordelijkheid te nemen. Nu moeten we wel aanpassen.

Ik verwacht bovendien dat de verplichte aansluiting bij een pensioenfonds, zoals in een bedrijfstak of bij een onderneming, komt te vervallen. Dat is een realistisch scenario en daarmee moet de pensioenwereld rekening houden. Dat zou kunnen leiden tot meer concurrentie tussen pensioenfondsen, onder meer op het terrein van voorwaarden en beleggingsresultaten.’’

Beckers: ''Ik zou graag zien dat er een einde komt aan het levenslange pensioen. In sommige andere landen gelden maximale termijnen van 20 jaar, dus tot maximaal 87 jaar. Of kan men ineens een deel - bijvoorbeeld 25 procent - van het pensioen in een keer opnemen als men met pensioen gaat."

"Zeker gezien de levensverwachting van de huidige generatie jongeren, die nog met een aantal jaren toeneemt ten opzichte van nu, loop je het gevaar dat zij straks veel langer met veel minder pensioen moeten toekomen. En wat de mazzel van de babyboomers betreft: die valt wel mee. Zij worden nu tenslotte geconfronteerd met een veel lager pensioen dan waarmee ze rekening hadden gehouden voor de bankencrisis."

Lees meer over:
Tip de redactie