Jonge mannen hebben vaker een voltijdbaan en zijn daardoor ook economisch zelfstandiger dan jonge vrouwen.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag. Jonge vrouwen, in de leeftijd van 15 tot 27 jaar, die geen opleiding meer volgen werken wel bijna net zo vaak als jonge mannen. 

76 procent van de jonge vrouwen had in het eerste kwartaal een baantje, tegen 80 procent van de jonge mannen. Jongens werken alleen wel twee keer zo veel voltijd als hun vrouwelijke leeftijdsgenoten: 71 tegenover 37 procent.

Jonge mannen verdienen hierdoor op jaarbasis meer dan jonge vrouwen, 21.000 euro tegenover 17.000 euro, en zijn daardoor ook economisch zelfstandiger. Het CBS verklaart dit relatief lagere inkomen van jonge vrouwen door het hoge aandeel deeltijdwerkers.

Manager 

‘Deeltijders’ werken veel minder vaak als manager. Overigens hebben voltijdswerkende moeders net zo vaak een managersfunctie als voltijdswerkende vaders.

Het CBS geeft ook cijfers over de onderwijsprestaties van jonge vrouwen tegenover jonge mannen. Jongens volgen vaker speciaal onderwijs en verlaten ook vaker voortijdig hun school. Ook in het hoger onderwijs is terug te zien dat jonge vrouwen beter presteren op school.

In het schooljaar 2014/2015 waren bijna 180.000 jonge vrouwen ingeschreven aan een hbo-instelling tegenover 163.000 jongens. 106.000 vrouwen namen deel aan wetenschappelijk onderwijs tegenover 93.500 mannen.