Oeso ziet inkomensongelijkheid verder toenemen

De inkomensongelijkheid in de meeste geïndustrialiseerde landen is op een recordniveau gekomen. Maar de inkomensongelijkheid in Nederland is internationaal gezien relatief laag.

Dat blijkt uit een donderdag gepubliceerde studie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso).

Volgens deze denktank verdient de rijkste 10 procent van de totale bevolking van de achttien geïndustrialiseerde Oeso-landen inmiddels bijna tien keer het inkomen van de armste 10 procent.

Inkomensongelijkheid heeft een negatief effect op de economische groei en ondergraaft de sociale structuur van landen, stelt de Oeso.

Deeltijd

Een belangrijke oorzaak van de toegenomen inkomensongelijkheid is volgens de denktank dat steeds meer arbeid wordt verricht in deeltijd, op basis van tijdelijke contracten en door zelfstandigen.

Meer dan de helft van het aantal banen dat in tussen 1995 en 2013 in de Oeso-landen werd gecreëerd, valt in deze categorieën.

Kloof

Volgens de denktank doen landen er goed aan de kloof tussen vast en tijdelijk werk te verkleinen. De organisatie pleit verder voor het aanpakken van het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen.

Onder de geïndustrialiseerde landen is inkomensongelijkheid het grootst in de Oeso-landen Chili, Mexico, Turkije, de Verenigde Staten en Israël. Denemarken, Slovenië, Slowakije en Noorwegen kennen de minste ongelijkheid.

Lees meer over:
Tip de redactie