De inflatie is in april voor de derde maand op rij gestegen. De prijzen voor consumenten werden in Nederland afgelopen maand op jaarbasis 0,6 procent duurder.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. 

In februari en maart stegen de prijzen met respectievelijk met 0,2 en 0,4 procent.

De prijzen werden in april vooral gestuwd door duurdere telefoontoestellen. Volgens het CBS zijn er meer nieuwe modellen verkocht die duurder waren dan de voorgangers.

Ook voedingsmiddelen waren duurder afgelopen maand. Gemiddeld daalden de prijzen van voeding vergeleken april vorig jaar, maar die daling was op jaarbasis in maart fors hoger.

Een lage inflatie heeft een remmend effect op de economische groei. Ondanks de stijging van de afgelopen maanden is het niveau nog altijd flink lager dan wat centrale bankiers als gezond beschouwen.

De Europese Centrale Bank, die het bewaken van de prijsstabiliteit in de eurozone als voornaamste taak heeft, streeft naar een inflatie van dichtbij maar onder de 2 procent. 

Kerninflatie

Het CBS kijkt ook naar de zogenoemde kerninflatie, dat is inflatie zonder de prijsstijgingen van energieprijzen, voedsel, alcohol en tabak erin. Dat doet het statistiekbureau omdat deze prijzen erg kunnen schommelen (zoals olie) of sterk afhankelijk zijn van belastingmaatregelen (zoals accijnzen op tabak en alcohol).

De inflatie volgens deze methode steeg in april met 0,1 procent naar 1,1 procent op jaarbasis. Dat is een half procentpunt meer dan de totale stijging van consumentenprijzen.

Europa

Tot slot wordt de inflatie ook berekend volgens de Europese geharmoniseerde methode. Op die manier zijn de prijsstijgingen voor consumenten van de verschillende Europese Unie-landen makkelijk met elkaar te vergelijken.

Met die berekeningen steeg de Nederlandse inflatie naar 0,0 procent in april, dat is hetzelfde als het gemiddelde van de achttien eurolanden. In maart waren de consumentenprijzen nog negatief (min 0,3 procent). 

Dit moet u weten over inflatie | De risico's van deflatie